koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 229)

(Periode van 17-06-1961 -> 24-06-1961)

  • Cercle

Op het vlak van voetbal was het pure komkommertijd wat eigenlijk wel normaal was voor de tijd van het jaar.  Gelukkig staken er toch reeds wat transfergeluiden de kop op wat er voor zorgde dat de supporters hoe dan ook enige hoop mochten koesteren in het vooruitzicht van het nieuwe seizoen.
Maar we starten dit groen-zwarte nieuws met het bericht dat een nieuwe supportersvereniging het daglicht gezien had :

“In het lokaal, waar vroeger Eendracht Sint-Pieters gevestigd was, op de Sint-Pieterswijk te Brugge, werd zondagvoormiddag overgegaan tot de stichting van een nieuwe supportersclub van Cercle Brugge.  Hier ziet men het bestuur van deze nieuwe supporterskring met scheidsrechter Gerard Versyp die de stichtingsvergadering bijwoonde.”

Cerle Brugge KSV

Een eerste transfergeluid was de komst van Richard Orlans naar Cercle :

“Woensdagavond werd de knoop dus definitief doorgehakt en tekende de bekende Gantoisespeler Richard Orlans een aansluitingskaart voor Cercle Brugge in aanwezigheid van de groen-zwarte transferkommissie bestaande uit de heren Pol Lantsoght, Gerard Versyp en Pierre Proot.  Deze belangrijke overgang, die reeds geruime tijd in de lucht hing, heeft beslist heel wat moeite en… centen gekost, want men gewaagt van meer dan 1 miljoen frank.
Aanvankelijk stond Gantoise weigerachtig tegenover de transfer van één harer beste spelers die ze liever zelf nog wenste te gebruiken.  Orlans zelf, die reeds een paar seizoenen voor de Gentse supporters het “zwart schaap” was, stond er echter op naar Brugge over te gaan en ten slotte hebben zijn argumenten en de hoge verkoopsom de doorslag gegeven.
We menen dat de groen-zwarten aan Richard Orlans een goede aanwinst zullen hebben, want de 29-jarige oud-internationaal is nog steeds een flinke kracht die wel op uitstekende wijze de jonge Cerclevoorlijn zal kunnen leiden.  Zijn doorzicht en ervaring zullen de jeugdige Brugse aanvallers goed van pas komen temeer dat Orlans nog een oud-leerling is van trainer Delfour die wel zal weten het meeste rendement uit de Gentse “hazewind” te halen !”

Richard Orlans werd te Gent geboren op 6 oktober 1931.  In 1946, op vijftienjarige leeftijd, sloot hij zich aan bij de jeugd van La Gantoise en doorliep er alle jeugdrangen om in 1949 zijn opwachting in het eerste elftal te maken.  In 1961 besloot de meervoudig Belgisch internationaal zijn Gentse periode af te sluiten.  Hij was er vaak de kop van jut als het wat minder liep en dat zinde hem niet langer.  Toen Cercle bij hem kwam aankloppen en de nodige boter bij de vis serveerde moest hij er niet lang over nadenken.  De aanvaller met Gentse roots zette zijn handtekening onder een contract dat hem aan groen-zwart bond.  Hij debuteerde bij de Bruggelingen op 3 september 1961, thuis tegen F.C. Diest (3-1).  Orlans speelde een sterk seizoen en wist met Cercle het behoud in Eerste Klasse te verzekeren.  De goede prestaties van Orlans bij de groen-zwarten waren de concurrentie, en meer bepaald Anderlecht, uiteraard niet ontgaan.  Het resultaat was dat Orlans uiteindelijk slechts één seizoen bij Cercle bleef en op 6 mei 1962 zijn laatste wedstrijd in groen-zwarte loondienst afwerkte.  Uit bij Eendracht Aalst werd het een 0-1 overwinning.  Alles samen stond Orlans tijdens dat seizoen 27 keer in de eerste ploeg en scoorde daarbij twee doelpunten.

Cerle Brugge KSV

Aanvaller Richard Orlans, op bovenstaande foto nog in dienst van La Gantoise, kreeg de bijnaam “de hazewind van Gent” (bron foto : sportmagazine.knack.be).

Een tweede transfergeluid waaide over van Blankenberge naar Brugge :

“Cercle Brugge bekwam ook nog de overgang voor 1 jaar met optie van Delphin Vanderhaeghen en Willy De Cock, respectievelijk stopper en centervoor van Daring Blankenberge.”

Delphin Vanderhaegen kwam in 1961 over van Daring Blankenberge naar Cercle Brugge en zou er zes seizoenen lang de dienst uitmaken in de groen-zwarte verdediging (bron foto : Cerclemuseum / archief R. Popelier).

Cerle Brugge KSV

Delphin Vanderhaegen werd op 10 september 1937 in Blankenberge geboren en kon er, net als veel andere kinderen van die leeftijd, niet aan weerstaan om regelmatig een balletje te trappen.  In 1947, hij was toen amper tien jaar, sloot hij zich aan bij Daring Blankenberge.  Het moet zijn dat hij heel goed zijn streng kon trekken want op zestienjarige leeftijd debuteerde hij in het eerste elftal van de kustjongens.  Daringtrainer Georges Jacobus, zelf zeven seizoenen verdediger bij Cercle Brugge (van 1941-1942 tot en met 1948-1949) zag dat hij met Delphin een rastalent in handen had.  Vanderhaegen werd eerst in het steunvlak uitgespeeld als kanthalf maar al snel had men door dat hij veel beter uit de verf kwam als verdediger.  De gave prestaties van Delphin bleven niet onopgemerkt.  FC Brugge kwam informeren maar stuitte op een veto van Daring Blankenberge.  Ook Cercle Brugge toonde interesse en schakelde Gerard Versyp in om met de kustploeg onderhandelingen te voeren.  En met succes !  In juli 1961 plaatste Delphin, samen met zijn ploegmaat-verdediger Willy De Cock, zijn handtekening onder een contract bij het net gepromoveerde Cercle Brugge.
Na het seizoen 1945-1946 was Cercle weggezakt uit ’s lands hoogste afdeling en nu, vijftien seizoenen later, mochten ze eindelijk weer mee doen met de ‘grote jongens’.  De popelende groen-zwarten misten alvast hun start niet want in de openingsmatch van het nieuwe seizoen klopten ze thuis mede-promovendus F.C. Diest met 3-1 !  Maar het mooie liedje duurde jammer genoeg niet erg lang.  De volgende wedstrijd, een uitwedstrijd bij F.C. Luik, werd met 3-0 verloren en de derde wedstrijd, alweer een uitwedstrijd, ditmaal bij Olympic Charleroi, werd zelfs met 7-2 verloren !  Paniek en alle hens aan dek natuurlijk !
Met een magere twee op zes (toen leverde een overwinning ‘slechts’ twee punten op) wist iedereen, zelfs de stuurlui aan wal, dat er iets moest gebeuren.  Omdat het toen nog niet de gewoonte was om onmiddellijk de trainer aan de deur te zetten werden er dus maar spelers gewisseld.  Delphin Vanderhaegen en Willy De Cock maakten hun opwachting in het groen-zwarte eerste elftal en groeiden in een mum van tijd uit tot volwaardige pionnen die jarenlang hun plaatsje met recht en reden zouden opeisen.
Delphin ontpopte zich tot een echte kuitenbijter die meestal, om niet te zeggen eigenlijk altijd, de opdracht meekreeg om de goalgetter van de tegenstander aan banden te leggen.  Opvallend is ook dat hij tijdens de seizoenen 1962-1963, 1963-1964 en 1964-1965 geen enkele competitiewedstrijd miste wat eerder uitzonderlijk is voor een verdediger.  Tijdens de competitie 1963-1964 scoorde hij een heel bijzonder doelpunt !  Het was niet alleen de winnende treffer die tegen Antwerp F.C. (1-0) twee kostbare punten opleverde maar het was ook het enige doelpunt ooit dat Delphin in zes seizoenen competitievoetbal voor Cercle tegen de netten van de tegenstander mikte.  Vanderhaegen speelde zijn laatste wedstrijd in Cercleshirt op 29 januari 1967 tegen White Star Lauwe (0-2).  De groen-zwarten hadden het seizoen 1965-1966 afgesloten op de laatste plaats, kregen er nog een vermeend omkoopschandaal bovenop te verwerken, en moesten het seizoen 1966-1967 in Derde Klasse aanvatten.

Ook Willy De Cock, geboren in Brugge op 23 mei 1935, maakte de overstap van Daring Blankenberge naar Cercle.  Toen de eerste resultaten in de hoogste klasse het wat lieten afweten, om het met een eufimisme uit te drukken, en er enkele spelers uit de ploeg werden ‘verwijderd’ mocht hij, net als Delphin Vanderhaegen, op 24 september 1961 thuis debuteren tegen La Gantoise (1-3).  Dat was de start van een vijf seizoenen durende carrière als verdediger in groen-zwarte loondienst.  In zijn laatste jaar bij Cercle scoorde hij zijn enige competitiegoal voor de Bruggelingen.  De laatste wedstrijd van Willy De Cock in de groen-zwarte kleuren was een uitwedstrijd naar SK Lierse (13 februari 1966) en draaide jammer genoeg uit op een 5-0 nederlaag.  Na zijn Cercleperiode keerde Willy terug naar Daring Blankenberge waar hij later trouwens ook nog een tijdje jeugdtrainer was.  Willy De Cock overleed op 17 maart 1997, hij was nog niet eens 62 jaar, in Blankenberge.

  • Brugge

* We beginnen ons Brugs item op de Burg waar de stadhuisbeelden in die jaren de nodige kopzorgen veroorzaakten.  Het Brugse stadsbestuur, of toch enkele leden er van, hadden een (werk)bezoek gebracht aan Veere, een historische stad op het voormalig eiland Walcheren in de Nederlandse provincie Zeeland.  Het waarom van dit bezoek kun je hieronder lezen :

De beelden van het stadhuis” : “Enkele leden van het Brugs stadsbestuur hebben een bezoek gebracht aan Vere, om “inspiratie” op te doen in de zaak van de Brugse stadhuisbeelden.  In 1930 werden de beelden van het Veerse stadhuis tot ieders bevrediging vervangen.  De Brugse afvaardiging zou tot het besluit gekomen zijn, dat de Veerse beelden als voorbeeld kunnen dienen voor Brugge.  Wat men dan zou doen met de ontwerpen, die dhr. Arno Brys thans maakt is de vraag.  Hopen we maar, dat uit dit bezoek aan Vere geen nieuwe verwikkelingen i.p.v. de zo verhoopte oplossing opdagen.”

Een ander feit in verband met de stadhuisbeelden dat in het collectieve Brugse geheugen is blijven hangen betreft natuurlijk de bomaanslag op de Burg in de nacht van 12 op 13 februari 1967.  Het historische Brugge haalde toen probleemloos de voorpagina’s van de lokale en de nationale pers met het schokkend bericht dat een bijzonder krachtige bom ’s nachts tot ontploffing gebracht was aan de poort van het gerechtshof (toen nog op de Burg) en gigantische schade had toegebracht aan het stadhuis, het gerechtshof en aan de Heilig Bloedkapel.

Op deze opname uit 1972 zien wij de voorgevel van het Brugse stadhuis.  In de meeste nissen staat geen beeld.  De bomaanslag van 1967 had heel wat schade toegebracht aan de historische gebouwen op de Burg en had ook de stadhuisbeelden niet gespaard (bron foto : beeldbank Brugge).

Cerle Brugge KSV

* We blijven nog even rondhangen op de Burg en richten onze aandacht op de oude Romaanse crypte van de Heilig Bloedkapel :

Basiliekkrypte van H Bloed soberder” : “E.H. Camerlynck is van plan, de oude Romaanse krypte van de H. Bloedbasiliek van overdadige meubilering te ontdoen.  Reeds werden enkele beelden en offerblokken, die het geheel ontsierden, verwijderd.  Ook ex-voto’s, stoelen en nog andere niet in het kader passende voorwerpen werden op last van de nieuwe rector van de basiliek verwijderd.  Het altaar werd opgefrist en er is een nieuwe verlichting aangebracht.  Aldus komen de voornaamste bezienswaardigheden van de krypte beter tot hun recht.  Na het seizoen zal men in deze krypte een spotbelichting aanbrengen, wat de gewenste sfeer zal ten goede komen.  Vermoedelijk zal de nieuwe leiding mettertijd ook in de basiliek zelf enkele verbeteringen tot stand brengen, dit alles in de lijn van de versobering, die blijkbaar de nieuwe rector nauw aan het hart ligt.”

Wie natuurlijk ook dit bericht onder ogen gekregen had was “Dani” en het maken van een “Bont beeld” was de logische volgende stap :

Cerle Brugge KSV

“Eindelijk schijnt men iemand gevonden te hebben die er geen schrik van heeft om te Brugge waardeloze oude prullen buiten te gooien.  Die “iemand” is Kanunnik Camerlynck die de H. Bloedkapel absoluut wil versoberen.  Alle oude kerkstoelen en offerblokken moeten buiten, evenals ex-voto’s en andere prullen die de kapel meer ontsierden dan versierden.  Moest men hem eens de beeldenkwestie van het stadhuis laten oplossen, het zou misschien wat vlugger gaan.”

De wereldberoemde voorgevel van de basiliek van het Heilig Bloed in een hoekje van de Burg.  De basiliek bestaat uit een beneden- en een bovenkapel.  De benedenkapel, in Romaanse stijl, is toegewijd aan Sint-Basilius.  Via het trappenhuis bereiken de bezoekers de bovenkapel waar de relikwie van het Heilig Bloed bewaard wordt.  Volgens de overlevering bracht Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen, de relikwie mee uit het Heilig Land na de tweede kruistocht.  Omdat hij zich heel heldhaftig gedragen had kreeg Diederik de relikwie, met toestemming van de Patriarch van Jeruzalem, uit de handen van zijn schoonbroer Boudewijn III van Anjou, die toen koning van Jeruzalem was (bron foto : pinterest.com).

Cerle Brugge KSV

* En van de Heilig Bloedkapel, waar het Heilig Bloed vereerd wordt, naar de Heilig Bloedprocessie is het maar een heel kleine sprong… :

Modernisering van H. Bloedprocessie voortgezet” : “De derde fase van de vernieuwing van de H. Bloedprocessie is achter de rug en reeds liggen de plannen klaar voor de vierde fase.  E.H. Camerlynck en regisseur Guido Cafmeyer hebben o.m. besloten, een nieuwe praalwagen te laten bouwen, waarop de toeschouwers de overhandiging van het H. Bloed door Diederik van de Elzas aan het Brugs stadsmagistraat zullen zien gebeuren.  Verscheidene groepen zouden hervormd worden, waaronder de hulde van de Brugse bevolking aan het H. Bloed.
We hopen vast, dat de inrichters niet zullen overgaan tot de schrapping van het zo mooie Brugse lied “Prinse van de Vrede”, wellicht het laatste typisch Brugse element in de H. Bloedprocessie.  Reeds nu stellen heel wat Bruggelingen vast, dat het typisch eigen Brugse in de nieuwe H. Bloedprocessie grotendeels is teloor gegaan, als onvermijdelijk gevolg van de nieuwe opvattingen.  We hebben steeds gepleit voor een gematigd tempo in het hernieuwen van deze processie en blijven daarbij.  Verder ligt het in de bedoeling, in het tweede deel al wat niet rechtstreeks verband houdt met het H. Bloed te schrappen.  Zo zou o.a. de groep Christus kiest zijn apostelen verdwijnen.  We weten niet, tot hoever men in dit opzicht zal gaan, daar de verdere vernieuwingsplannen volgens een confrater “top secret” zijn, in de eerste plaats voor de pers, wat deze confrater begrijpelijk vindt.  Eerlijk gezegd, wij niet, want waarom moet alles zo geheimzinnig gebeuren ?  Het is toch uitgesloten, dat men een slecht geweten zou hebben of dat men zelfs de eigen plannen zo snood of drastisch acht, dat men alles streng geheim houdt.  Wat meer contact tussen inrichters en openbare opinie is o.i. derhalve gewenst, des te meer, daar de Brugse gemeenschap, die via de stedelijke subsidiepolitiek aan de processie bijdraagt in de kosten, recht heeft op voorlichting en zelfs op medezeggenschap !”

Een sfeerbeeld op de Markt uit de Heilig Bloedprocessie van zestig jaar geleden.  Jezus is gevallen en Veronica droogt zijn gezicht af.  De overlevering wil dat in het doek waarmee Veronica het gezicht van Jezus depte, een afdruk van zijn gezicht achterbleef (bron foto : gisterennogvandaag.com).

Cerle Brugge KSV

* Nu we toch in de sfeer van de processies aanbeland zijn maken we meteen even de overstap van de Heilig Bloedprocessie naar de Blindekensprocessie :

Blindekensprocessie naar betere organisatie – Voorstel tot uitgang in september” : “Ten stadhuize had een bijeenkomst plaats tussen dhr. burgemeester en E.H. Grijspeerdt, proost van Blindekens.  Vanzelfsprekend werd van gedachten gewisseld over de processie van Blindekens, waarvan de verdwijning enkele tijd geleden bijna onafwendbaar werd geacht.  E.H. Grijspeerdt verklaarde, dat heel wat kostumes en voorwerpen van de processie moeten hernieuwd worden, waarop dhr. Vandamme replikeerde, dat de stad Brugge in beginsel bereid is, daarvoor een toelage te verlenen.  Op voorstel van dhr. burgemeester zullen de processiekledij en voorwerpen voortaan opgeborgen worden in het stadsgebouw buiten de Smedenpoort, waar ook het materiaal van de Goudenboomstoet bewaard wordt.  Ten slotte werd door dhr. Vandamme het voorstel gedaan, de processie voortaan in september i.p.v. in augustus te laten uitgaan, waardoor men gemakkelijker figuranten zou kunnen vinden.  De huidige uitgangsdatum valt immers samen met het hoogtepunt van het verlof en het toeristisch seizoen.  Dit voorstel zal aan het Blindekenskomitee overgemaakt worden.  Ook werd de mogelijkheid overwogen de processie te moderniseren en uit te breiden.  Hiertoe zal contact genomen worden met EE.HH Camerlynck, rector van de H. Bloedkapel en Viaene, ontwerper van de beroemde Goudenboomstoet.
Deze eerste bijeenkomst wijst er op, dat het de stad Brugge en de inrichters ernst is, om Blindekensprocessie voor verdwijning te behoeden en zelfs nieuw leven in te blazen.  Alle Bruggelingen, die naam waardig, zullen zich daarover slechts verheugen.”

Elk jaar, op 15 augustus (Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart), trekt de processie van Blindekens door de Brugse straten.  Deze foto werd genomen langs de Spiegelrei, bijna ter hoogte van de Koningsbrug.  We zien een groep meisjes die de offerkaars begeleiden (bron foto : pzc.nl).

Cerle Brugge KSV

De processie van Blindekens of de Brugse Belofte is een processie die sinds 1304 jaarlijks door de Brugse straten trekt en daarmee in Europa de langste in ere gehouden belofte is.  Er was enkel een onderbreking tussen 1796 en 1839 en in 2020 en 2021 verhinderde de coronacrisis de ommegang.
In 1304 hadden de moedige Vlamingen het weer eens aan de stok met de vermaledijde Fransen.  De koning van Frankrijk, Filips IV de Schone, had de nederlaag in de Guldensporenslag op 11 juli 1302 nog steeds niet verteerd en had al die tijd wraakplannen gekoesterd.  Twee jaar later had hij eindelijk een voldoende imposant leger op de been weten te brengen en had dit leger richting de Pevelenberg gestuurd om er de onverbeterlijke en hardleerse Vlamingen een stevig lesje te leren.
De vrouwen van de Brugse ambachtslui waren blijkbaar nuchter genoeg om er terdege rekening mee te houden dat het dit keer wel eens minder goed zou kunnen aflopen dan in 1302.  Daarom hadden zij aan Onze-Lieve-Vrouw beloofd om jaarlijks een kaars te offeren als hun zonen en echtgenoten heelhuids van de slag bij de Pevelenberg naar huis zouden mogen terugkeren.  Op 18 augustus 1304 werd de beslissende slag geleverd !
Filips van Chieti, zoon van graaf Gwijde van Dampierre, had een sterk Vlaams leger bijeengebracht die de Fransen het nodige weerwerk moest bieden.  ’s Morgens, omstreeks negen uur, begon de strijd tussen de twee legers.  Nu eens leken de Vlamingen in het voordeel, dan waren het weer de Fransen die er het beste voorstonden.  Op Vlaams initiatief werd er ’s avonds beslist om de strijd op te schorten.  De Franse bevelhebber, Guy de Saint-Pol, voerde desondanks toch nog een omsingelingsbeweging uit.  Dat was helemaal niet naar de zin van de Vlamingen die dit ‘verraad’ bestraften door de Franse onderhandelaar een kopje kleiner te maken en Guy de Saint-Pol een lesje te leren.  De Vlamingen besloten een frontale aanval te lanceren.  Blijkbaar verliep de communicatie heel stroef want veel Fransen waren van mening dat de strijd er voor die dag wel degelijk opzat en lieten hun waakzaamheid verslappen.  Daarvan maakten de Vlamingen gebruik om door te dringen tot aan de tent van de Franse koning die bij de daaropvolgende schermutselingen zwaargewond raakte en slechts op het nippertje kon ontsnappen.  De verrassing was groot toen bleek dat slechts een gedeelte van het Vlaams leger de aanval had ingezet.  De halfbroer van Filips van Chieti, Jan I van Namen, had zich zelfs met zijn manschappen teruggetrokken in Rijsel, in hun spoor gevolgd door de Ieperlingen en de Gentenaars.  De Fransen overwogen nog om een nachtelijke aanval in te zetten maar zij waren zo te zien ook niet erg zeker van hun stuk en lieten dit snode plan tenslotte varen.
De Vlamingen beschouwden zich als de overwinnaars van de slag bij de Pevelenberg maar ook de Fransen waren van mening dat zij de zege behaald hadden.  Uiteindelijk werden de Fransen tot overwinnaar ‘uitgeroepen’ omdat het in die tijd de gewoonte was dat aan diegenen die de nacht op het slagveld doorbrachten de overwinning werd toegekend.
Nu de meeste zonen en echtgenoten heelhuids thuis geraakt waren, was het aan de vrouwen om hun belofte na te komen.  Al blijkt het toch niet helemaal duidelijk wie het initiatief nam om de processie ook effectief te laten uitgaan.  Andere bronnen beweren dan weer dat het in feite Filips van Chieti en zijn Brugse strijders waren die de belofte gedaan hadden om ten eeuwigen dage op 15 augustus een kaars van 36 pond te offeren aan Onze-Lieve-Vrouw-van-de-Potterie indien zij behouden naar Brugge mochten terugkeren.
Wie ook de belofte deed, het feit dat er een processie kwam bewijst terdege dat de Bruggelingen er van overtuigd waren dat ze het Franse leger nabij de Pevelenberg in de pan gehakt hadden.
Wat wel als een paal boven water staat is het feit dat graaf Robrecht van Bethune, nadat hij in 1305 uit Franse gevangenschap was teruggekeerd, de nodige maatregelen nam om die belofte na te komen.  Nabij de Smedenpoort vormde hij een huis voor arme reizigers om tot een gasthuis voor blinden en belastte het “blindeliedengasthuis” ermee om ten eeuwigen dage die Brugse belofte na te komen.  In een document uit 1418 staat duidelijk vermeld dat de deken en de leiders van het Onze-Lieve-Vrouwegild en de verantwoordelijken van het gasthuis tot in de eeuwigheid jaarlijks op 15 augustus een kaars van 36 pond moesten offeren.  Het gasthuis stond met haar bezittingen borg voor het uitvoeren van die belofte !
De processie trekt van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Blindekenskapel langs de oudste Brugse stadsdelen naar de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Potteriekerk dat reeds in de middeleeuwen een bekend bedevaartsoord was.  Na de gebedsdienst, omstreeks 11.30 uur, keert de processie dan terug naar de plaats waar ze om 9.30 uur vertrokken was.

* En we blijven in religieuze sferen vertoeven want van de processie maken we een zijsprongetje naar de Sint-Walburgakerk al kunnen we de daar gepleegde feiten niet onmiddellijk als religieus omschrijven… :

Doorkerfde bidstoelen met een mes” : “Verscheidene kerkstoelen werden enkele weken geleden in de Ste-Walburgakerk met een mes doorkerfd.  Het betrof stoelen met kussens.  Thans heeft de Brugse politie de daderes ontmaskerd, ’n bejaarde ongehuwde vrouw, die blijkbaar deze stoelen als overbodige luxe beschouwt.  Het betreft een zekere J.F. uit Brugge.”

Een week later, in “Het Brugsch Handelsblad” van 24 juni 1961, verscheen een aanvulling op het eerste krantenbericht want blijkbaar werd een vrouw die blijkbaar aan de beschrijving van de daderes beantwoordde, ten onrechte als de schuldige aanzien :

Aangaande doorkerfde bidstoelen” : “Naar aanleiding van de beschadigde bidstoelen in de Ste-Walburgakerk schreven wij hier dat de daderes een bejaarde ongehuwde vrouw, zekere J.F. uit Brugge door de politie ontmaskerd werd.  Mejuffer E. Fiers uit de Engelsestraat, 14 te Brugge, vraagt ons te laten kenbaar maken dat men niet mag verwarren met haar initialen !  De politie weet dat de daderes niet in de Engelsestraat woont.  Maar we schreven toch J.F. en niet E.F.”

De prachtige barokke Sint-Walburgakerk aan het Sint-Maartensplein (bron foto : door PMRMaeyaert - Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=17286270).

Cerle Brugge KSV

En we blijven nog even in het Brugse stadscentrum hangen…  Zij het dan niet langer in religieuze middens al zullen er misschien wel van de “hotelgasten” uit het hiernavolgend artikel bij geweest zijn die het niet konden laten om God en al zijn heiligen aan te roepen omdat zij liever ergens anders hadden verbleven… :

Verdwijnt de gevangenis uit het centrum van Brugge ?” : “Volksvertegenwoordiger Vandamme zal in samenwerking met de andere Brugse parlementairen een aktie op touw zetten om de gevangenis uit het stadscentrum te zien verdwijnen en aldaar een kultureel centrum te zien optrekken.  Dit initiatief is nog maar in uitwerking en wij menen dat iedereen ervoor zal te vinden zijn om dit onooglijk en triestig gebouw te laten verdwijnen.  De gevangenis kan eventueel buiten Brugge gebouwd worden.  Wij wachten ongeduldig op verder nieuws dienaangaande.”

Cerle Brugge KSV

Een eerder ongewoon zicht op een deel van de binnenkoer van de vroegere gevangenis in het centrum van Brugge.  Deze opname dateert uit 1991 of 1992 (bron foto : beeldbank Brugge).

Als je aan veel reeds ietwat oudere Bruggelingen vraagt waarmee zij ’t Pandreitje associëren dan is de kans heel groot dat je “de gevangenis” als antwoord krijgt.  Dat de naam van de straat verwijst naar het reitje dat daar destijds stroomde is (heel wat) minder gekend.
In 1482 liet het stadsbestuur op het einde van de straat een gebouw optrekken met de bedoeling om schilders en juweliers een overdekte handelsplaats te bieden en hun meteen ook de kans te geven om er hun jaarmarkten te organiseren.  Het gebouw kreeg de naam “Pand” en was bereikbaar via een brug die over de rei liep ter hoogte van de Willemstraat.  De jaarlijkse feestelijke activiteiten die men er organiseerde, heetten de “Pandfeesten”.
In de zeventiende eeuw kreeg het gebouw een nieuwe bestemming : het werd de stedelijke gevangenis.  Tussen 1836 en 1851 bouwde aannemer Devestele het vroegere “Pand” om, volgens plannen van ingenieur Roget, tot een cellengevangenis.  In 1861 werd de gevangenis ‘gemoderniseerd’ en kreeg het meteen ook een extra verdieping.  Blijkbaar tierde de criminaliteit welig…  De naam van de straat werd ook gebruikt om de gevangenis aan te duiden.  Om aan te geven dat iemand in de gevangenis zat, zei men in Brugge gewoon : “Hij zit in ’t Pandreitje !”.  De gevangenis bleef in gebruik tot in 1989.  In 1992 werd het achterliggende gevangenisgebouw gesloopt.  Het poortgebouw en de directeurswoning bleven bewaard.  Waar de gevangenisgebouwen gestaan hadden kwam een nieuwe verkaveling met stadswoningen en appartementen.  De namen die de straten in deze verkaveling kregen, zoals de “Goudsmedenstraat”, “Diamantslijpersstraat”,…, zijn allemaal verwijzingen naar de vroegere geschiedenis van het “Pand”.

* We hadden het uitvoerig over het ’t Pandreitje als gevangenis maar we hebben nog niets verteld over diegenen die daar, wellicht flink tegen hun goesting, achter de tralies verbleven.  Hoe vaak hoor je vandaag de dag de opmerking niet dat, als er een misdaad gebeurd is, de daders binnen de kortste keren wel weer op vrije voeten zullen zijn en als zij dan toch eventueel veroordeeld worden, zij er bijna altijd met (veel te) lichte straffen vanaf komen ?  In 1961 was dat blijkbaar ook reeds zo.  Er is dus na al die jaren echt niets nieuws onder de zon.  Het viel zelfs toen al zo erg op dat “Dani” er prompt een “Bont beeld” aan besteedde :

“Men kan tegenwoordig zijn krant niet meer openslaan zonder er een moord op de eerste pagina te vinden.  Deze opbloei van de aanslagen heeft natuurlijk verscheidene redenen, maar het is toch een onloochenbaar feit dat de meesten er telkens goedkoop van af komen.  Enkele jaartjes brommen of zelfs de vrijspraak lijkt de meest toegepaste tarief te zijn.”

Cerle Brugge KSV

We blijven nog even ‘plakken’ in de omgeving van de vroegere gevangenis aan het Pandreitje, meer bepaald aan café “La Liberté”.  De horeca kreeg immers het heuglijk nieuws dat zij tijdens de zomermaanden juli en augustus tot 2 uur ’s nachts mocht open blijven !

Herbergen open tot 2 uur !” : “De burgemeester van de stad Brugge, P. Vandamme, brengt ter kennis van de belanghebbenden, dat ieder hotel-, restaurant- en caféhouder van Brugge, zijn inrichting tot twee uur na middernacht mag open houden, zonder betaling van taks, voor de periode van 1 juli 1961 af, tot op 31 augustus 1961.”

Cerle Brugge KSV

Ook café “La Liberté” op de hoek van de Gevangenis- en de Jozef Suvéestraat mocht in juli en augustus openblijven tot 2 uur ’s nachts.  De naam van het café kwam, in de wetenschap dat de gevangenis ’t Pandreitje zich aan de overzijde bevond, op zijn zachtst gezegd, toch wel heel sarcastisch over.  Deze foto dateert uit 1956 (bron foto : beeldbank Brugge).

Toen deze foto in 1975 genomen werd was er van café “La Liberté” geen sprake meer.  Het was “De Belleman Pub” geworden.  De trapgevel van de herberg dateert uit de 17de eeuw.  Aan de gevel ‘wappert’ een vaandel waarop een belleman afgebeeld staat.  Een belleman was een stadsomroeper die eerst met zijn belgerinkel de aandacht van de bevolking trok en vervolgens met luide stem belangrijke stadsberichten voorlas.  Naast “De Belleman Pub”, in de Jozef Suveéstraat, was jarenlang een zeer gekende slagerij gevestigd.  De zijgevel van “De Belleman Pub” situeert zich in de Gevangenisstraat.  Links op de foto zien we, op de hoek van de Gevangenisstraat, een poort van de voormalige gevangenis ’t Pandreitje (bron foto : beeldbank Brugge).

Cerle Brugge KSV

* Vaak hoorde je onze grootouders vertellen dat in hun tijd de zomers nog echte zomers waren en de winters nog echte winters.  Dat hield dan steevast in dat het tijdens de zomer bakken en braden was en dat tijdens de winter de stenen uit de grond vroren.  Toen ik begin juli dit deeltje van “Cercle en Brugge door de jaren heen…” aan het neerpennen was en af en toe naar buiten keek dacht ik regelmatig aan die woorden.  Er is sindsdien blijkbaar veel veranderd want buiten is het echt kwakkelweer.  Geen weer om te bakken en te braden, integendeel zelfs, ik zie slechts af en toe een streepje zon, hoor en zie regelmatig de regen de vensters striemen en er staat meer wind dan we in deze tijd van het jaar leuk vinden.  Neen, een zomer zoals onze grootouders die meemaakten zit er voorlopig nog niet in.  Daar dacht ik aan toen ik dit “Bont beeld” van “Dani” zag, gepubliceerd in “Het Brugsch Handelsblad” van eind juni 1961.  Zouden het dan toch niet altijd van die straffe zomers geweest zijn ?  Je zou het bijna moeten geloven… :

“Nu de maand mei voorbij is, geraken we stilaan midden het regenseizoen.  Een scheutje zon tussen twee vlagen in doet er ons af en toe nog aan herinneren dat er eens iets moet bestaan hebben dat zomer genoemd werd.  Meer dan ooit worden thans de weerberichten die Ukkel de wereld instuurt gevolgd.  Moeilijk hebben deze heren het evenwel voor het ogenblik niet : wanneer ze regen voorspellen slaan ze bijna telkens de nagel op de kop.  Riskeren ze het echter eens een mooi weertje te beloven dan is niemand er over verwonderd dat het water dan dubbel hard neervalt.  De wilde volksstammen hebben nog rituele dansen om mooi weer af te smeken, maar wij kunnen alleen maar wachten en binnen blijven tot het zo ver is.  Gelukkig schijnen de weermakers de laatste dagen wat beter gezind te zijn en lieten ze de zon enigszins in al haar kracht doorbreken.”

Cerle Brugge KSV

* Helemaal erg wordt het natuurlijk als je geluisterd hebt naar de weerman om je verlof te plannen.  Je hebt je laten wijsmaken dat het mooi weer zou zijn maar het tegendeel blijkt dan waar te zijn… :

Cerle Brugge KSV

“Voor die mensen die de goede raad hadden opgevolgd om hun verlof in juni te nemen is het natuurlijk wel spijtig dat het zo’n weertje is, maar in de grond kunnen ze niet reclameren tegen de publiciteitsdiensten die de zaak lanceerden.  Overal kan men lezen : meer ruimte, meer rust.  Ruimte hebben ze beslist genoeg vermits bijna niemand zich buiten waagt en rust hebben ze ook wanneer ze een ganse dag mogen binnenblijven.  Gelukkig heeft de zon zich donderdag eens getoond.”

(Marnix Knockaert)

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Ticketinfo voor Cercle-Standard en Cercle-Antwerp

Een belangrijke oktobermaand voor Groen-Zwart: naast de 1/16e finales in de Croky Cup neemt Cercle het deze maand ook nog thuis op tegen Standard (23/10 om 16h15) en Antwerp (31/10 om 16h00). Aangezien de Rouches en The Great Old als risicowedstrijden worden bestempeld, gelden er ook specifieke richtlijnen inzake ticketing. Ontdek alle info via onderstaande buttons: 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Rabbi Matondo

SHOT sprak met … Rabbi Matondo

‘Nog op zoek naar mijn topnvieau’

Enkele dagen voor de belangrijke wedstrijd in en tegen KV Oostende had ik een gesprek met Rabbi Matondo.  Deze sympathieke jongeman arriveerde vrij laat in het tussenseizoen.  Bovendien was hij ook geblesseerd.  Het duurde dan ook een tijdje vooraleer hij op het gewenste niveau kwam.  Hij viel na de rust in op het veld van Zulte Waregem en zorgde er toen mee voor dat de wedstrijd kantelde.  De wedstrijden nadien kwam hij vaker aan spelen toe.  Een interview met een jonge, talentvolle snaak die gehuurd wordt van Schalke 04.

Rabbi, kun je jezelf eens voorstellen voor onze fans? 
Mijn ouders zijn Congolees en zelf zag  ik het levenslicht in Liverpool.  Al snel verhuisden we naar Wales.  Ik groeide er op en voel me op en top Welshman.  De eerste voetbalstapjes zette ik bij een lokale ploeg.  Ik denk dat ik dan een jaar of drie moet geweest zijn.  Al snel werd ik gescout door Cardiff.  Ik mocht daar verder ontwikkelen.  Tot in 2016 doorliep ik alle jeugdreeksen.  Op een bepaald moment was er interesse van Manchester City en besloot ik de overstap te wagen.  Dat ging niet zonder slag of stoot.  De clubs hadden een dispuut en ik mocht even niet spelen.  Gelukkig geraakte alles relatief snel opgelost. 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Coach Vanderhaeghe selecteerde 20 spelers voor KVO-Cercle

Zaterdagavond om 18h30 trekt Cercle naar 't Zeetje, waar het in de Diaz Arena tegen KV Oostende uitkomt. Coach Yves Vanderhaeghe kan voor het treffen tegen de Kustboys geen beroep doen op Franck Kanouté en Senna Miangue, die met kleine hinder verstek moeten geven. David Sousa is er voor 't eerst wel bij. Check hier alle namen!

Lees meer

Ontvang al het Cercle Brugge nieuws als eerste in je mailbox!