koop tickets online

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 212)

(periode van 1-10-1960 -> 8-10-1960)

 

Cercle

De competitiestart van Cercle had beter gekund, daarover was nagenoeg iedereen het eens.  Toch ambieerden de groen-zwarten (andermaal) de promotie.  Daarvoor zou er echter een versnelling hoger moeten geschakeld worden die ze bovendien constant(er) moesten aanhouden.  Maar om de theorie in de praktijk om te zetten diende er (waarschijnlijk) nog een lange weg afgelegd te worden.  De komst van het eerder bescheiden Union Namen kon misschien de eerste grote stap in de goede richting worden.  Vic Bergh mocht alvast voor “Het Brugsch Handelsblad” richting Edgard De Smedtstadion stappen om er aan het papier toe te vertrouwen wat de groen-zwarten er van bakten :

Cercle Brugge – Union Namen 2-1 : Daverende start en beslissend slot !” : “Voor de mop wordt wel eens de strikvraag gesteld “Waar zit de beste vis ?” met als antwoord : “tussen de kop en de staart” !  Met betrek tot de jongste wedstrijd tegen Union Namen zouden we ook wel eens een lichte variante hierop toepassen en vragen : “Wanneer speelt Cercle het beste voetbal ?”.  En hier zou het antwoord van de sportliefhebbers die dit treffen bijwoonden zeker éénsgezind luiden : “In het begin en naar ’t einde”.
Inderdaad kenden de groen-zwarten een ongewoon schitterende start waarbij ze de indruk lieten hun tegenstrevers met haar en huid te zullen oppeuzelen en een daverende nederlaag toe te dienen.  Het bleef echter bij één vroeg doelpunt en een strovuurtje, dat tijdens het verder verloop nog zelden opflakkerde en kort na de rust zelfs helemaal gedoofd werd door de bezoekende gelijkmaker.
Veel hoop op een tweede Brugse overwinning was er niet meer en velen namen reeds vrede met het verworven punt.  Tot er dan toch in de laatste minuten weer roering kwam in de Brugse brouwerij met Perot en Bailliu als grote bezielers.  En zie, als een “mooachingske” (*) van Jo Gerard dan toch goed uitviel waren Perot – Bailliu er als de weerlicht bij om met een tweede Cercledoelpunt het pleit te beslissen !”.

(*) “mooachingske” is een typisch Brugs woord en kan het best uitgelegd worden als een “fantasietje” (nvdr).

 

Technische  krabbels…
Cercle Brugge – Union Namen  2-1

- opkomst : 4 à 5.000 toeschouwers.
- terrein : in uitstekende staat.
- weersgesteldheid : steeds zon.
- leiding : ref. Dandois, goed.
- fair-play : hard maar korrekt.
- corners : Cercle 7, Namen 5.
- doelpunten : 3’ een keurige kombinatie Perot, Bailliu, Daels wordt door Jo Gerard besloten
  met een rake kopbal die tegen de zijnetten vliegt en vandaar terug in het spel komt, maar
  Buyse schiet een 2e maal binnen 1-0, 47’ Mortier weert een hard schot van Demarteau in de
  voeten van Sulon wiens hernemen geen genade kent 1-1, 84’ nadat Gerard zichzelf
  gedribbeld heeft kan hij gelukkig toch nog doorschuiven naar de inlopende Perot die de bal
  heel gevat lichtjes achterwaarts bij Bailliu doet afwijken en het is 2-1.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels, Buyse, Bailliu, Michiels, Jo
  Gerard.
- Union Namen : Nicolay, Collin, De Vos, Geelen, Marnette, Dodal, Keyeux, Tonneau,
  Sulon, Lemineur, Demarteau.


 

De merkwaardige manier van voetballen inspireerde “Dani” uiteraard tot een “Bont Beeld” voorzien van de nodige commentaar :

“Na de ontgoochelende prestatie tegen Merksem verleden week, won Cercle van Union Namen, na een eerder matte wedstrijd.  Er zal wat meer vuur in de Cercle-boy’s moeten komen indien ze dit seizoen hoger willen.”

Cerle Brugge KSV

Er meldde zich een weekend aan zonder competitievoetbal en bijgevolg plaatste Cercle een oefenwedstrijd op het programma, kwestie van het wedstrijdritme te behouden en liefst ook nog de nodige progressie aan de supporters te etaleren.  Oefenpartner was het in Brugge niet onbekende NAC Breda :

Heden zaterdag te 17 uur : Cercle – N.A.C. Breda” : “Rust roest blijkt het parool van de Brugse ploegen die van de vrije kompetitiedag gebruik hebben gemaakt om uit te komen tegen twee sterke Nederlandse formaties.  De groen-zwarten komen reeds heden zaterdag te 17 uur op het Edgard De Smedtstadion in lijn tegen het goed bekende Hollands team NAC Breda.  Het geldt hier een terugwedstrijd van de voor het seizoen reeds betwiste ontmoeting te Breda, waar de Bruggelingen een duurbevochten 1-2 overwinning afdwongen.  Het hoeft geen betoog dat de gasten, die op een sterke ploeg kunnen bogen met tal van bekende spelers, op weerwraak belust zijn zodat de Cerclespelers hun beste schoenen zullen moeten aandoen om hun sukses te herhalen.  In deze veelbelovende partij komt Cercle in lijn met haar gewone basisploeg, waarbij toch naar verluidt enkele ekspirementen zullen doorgevoerd worden.  Zo spreekt men van de jeugdige Zomergemnaar Marc Verheye een kans te geven als linksbinnen, evenals Notteboom, Locskai e.a.”  

Dat deze match tegen een sterke Nederlandse ploeg leerzaam en wellicht ook verrijkend zou zijn hoefde geen betoog.  De groen-zwarten wilden hun supporters tonen dat zij op het goede spoor zaten en de in hen gestelde verwachtingen konden inlossen.  Ook nu weer mocht Vic Bergh in opdracht van “Het Brugsch Handelsblad” richting Cerclestadion stappen om er ter plaatse vast te stellen of de gekoesterde hoop op beterschap terecht was.

Cercle Brugge – N.A.C. Breda 2-6 : Gasten gaven het voorbeeld !” : “Wie zaterdag slechts aan de rust op het Cercleterrein kwam om de 2e helft van de vriendenwedstrijd tegen Breda te zien en reeds 0-4 cijfers op het skoorbord zag prijken, zal zich zeker wel hebben afgevraagd wat er gebeurd was ?  Men weet immers dat de groen-zwarten reeds op 15 oogst op bezoek gingen bij Breda en er een 1-2 overwinning boekten, zodat deze ruststand allesbehalve normaal leek.  Wie echter wel de 1e time volgde kon zeggen dat er niets abnormaals was voorgevallen, tenzij dat Cercle met haar reeds klassiek geworden tutterspelletje niet eens boven water was gekomen, terwijl de bezoekers daarentegen een demonstratie hadden gegeven van snel en rechtstreeks spel dat in het middenveld ook wel eens kort en lateraal was maar éénmaal in het doelgebied de nodige diepte had om de puntspelers te lanceren en de wankele lokale defensie uit haar hangsels te lichten.  De vier geskoorde doelpunten waren telkens het gevolg van het spelopentrekken of een vleugelverandering en we mogen er gerust aan toevoegen dat het geen één te veel was.  Mogelijk lag er wel een onoplettendheid van Mortier’s plaatsvervanger Acket aan de basis van de eerste voltreffer, maar anderzijds had hij zich weinig te verwijten.  Daarbij liet Breda nog een paar open kansen liggen wat trouwens bij de aanvang ook het geval was met Michiels en Buyse.  Kort na de rust dreigde het zelfs een volledige ramp te worden voor de thuisploeg als het even spoedig 0-6 werd, maar gelukkig zou de in de 2e helft opgestelde Notteboom voor een gunstige kentering zorgen.  Hijzelf had wel tegenslag met twee rake schoten die op de palen te pletter sloegen, doch Michiels en Daels zouden dan toch met twee degelijke voltreffers het zware vonnis milderen.  De Hollanders hadden in de eerste 56 minuten getoond hoe het moest en Notteboom, die vanuit de tribune eerst zijn maten hopeloos had zien krasselen, volgde uitstekend dit voorbeeld samen met Daels die als binnenspeler zonder enige twijfel zich doelmatiger kon uitleven dan op de hoek…”.

Technische  krabbels…
Cercle Brugge – N.A.C. Breda  2-6

- opkomst : 500 toeschouwers.
- terrein : goed maar iets glibberig.
- leiding : ref. Roesbeke, kon beter.
- fair-play : kon er door.
- corners : Cercle 2, Breda 5.
- doelpunten : 3’ Geraards 0-1, 29’ Machielse 0-2, 30’ Vissers 0-3, 34’ Van Gastel 0-4, 49’
  Baas in eigen doel 0-5, 56’ Van Gastel 0-6, 65’ Michiels 1-6, 73’ Daels 2-6.
- Cercle : Acket, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Daels (Notteboom), M. Verheye (Daels),
  Bailliu, Buyse (Verheye), Michiels.
- N.A.C. Breda : De Ryck, Hoogerhuysse, Bogers, Hoven, Schrijvers, Luyten, Overbeke,
  Geraards, Vissers, Van Gastel, Machielse.


 

Brugge

 

* Het “Stubbekwartier” in Brugge is een enigszins onbekende en dus waarschijnlijk ook een eerder onbeminde wijk.  Ten onrechte, want achter het project dat leidde tot het “Stubbekwartier” stak een weldoordachte visie en het waren niet de minsten, o.a. koning Leopold II, die er hun schouders onder zetten om het prestigieuze opzet te laten slagen.  Tijdens de voorbije decennia werd de wijk bovendien grotendeels opgeknapt en verfraaid waardoor het er aangenaam toeven is.  Een beetje geschiedenis…
Tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw kwam een eeuwenoude Brugse droom terug bovendrijven : Brugge opnieuw verbinden met de Noordzee.  Koning Leopold II was dit idee genegen en hij gaf in 1897 de gerenommeerde stedenbouwkundige Hermann Josef Stübben de opdracht om Brugge naar het noordwesten uit te breiden.
Om deze ambitieuze plannen te realiseren waren er natuurlijk heel wat bijkomende arbeidskrachten nodig en al deze arbeiders en bedienden moesten ook ergens wonen.  Meteen was het “Stubbekwartier” geboren : hier zouden de honderden ambachtslui, bedienden en ambtenaren die één of andere taak vervulden bij de uitbreiding van de nieuwe achterhaven gehuisvest worden.  Zoals het een zichzelf respecterende woonwijk past waren er ook plannen om een kerk te bouwen.  De kerk is er nooit gekomen maar het huidige Werfplein, tegenwoordig het hart van de buurt, werd alvast voorzien als het voorplein van de te bouwen kerk.

Cerle Brugge KSV

Het huidige Werfplein kreeg meer dan eens een andere naam.  Zo noemde het ooit het Grondwetsplein, de Koning Albertplaats en de Werfplaats (bron foto : www.erfgoedcelbrugge.be).

Hermann Josef Stübben werd op 18 februari 1845 geboren in het Duitse Hülchrath.  Hij studeerde van 1864 tot 1870 aan de Berlijnse Bauakademie en begon in 1871 zijn carrière als “Regierungsbaumeister” voor de bouw van spoorwegen.  Van 1876 tot 1881 was hij stadsarchitect voor Aken en van 1881 tot 1898 stadsarchitect voor Keulen.  Nadat in Keulen de acht kilometer lange middeleeuwse stadsomwalling gesloopt was, ontwierp Stübben de nieuwe stadsdelen en restaureerde hij de overblijvende monumenten.  In 1884 zat hij de Havencommissie voor die de nieuwe haven van Keulen ontwierp.  Op 14 mei 1891 kreeg Stübben de titel van “Beigeordnete” als erkenning van zijn vele verdiensten bij de uitbreiding van Keulen.  Van 1892 tot 1898 was hij voorzitter van de Commissie voor de uitbreiding van Posen (tegenwoordig Poznan genoemd), een stad in het westen van Polen.  Van 1898 tot 1902 fungeerde hij als bestuurder bij de elektriciteitsmaatschappij Helios en van 1904 tot 1920 als “Geheimer Oberbaurat” in Berlijn.
Met een dergelijk goed gevuld curriculum vitae mocht het geen verbazing wekken dat hij met veel hooggeplaatste personen, niet enkel in Duitsland maar ook in het buitenland, in contact kwam.  Ook de Belgische koning Leopold II deed een beroep op hem.  Hij liet Stübben de Tervurenlaan aanleggen die moest leiden naar het prestigieuze Koloniaal Museum (nu het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika).
Ook in Klemskerke (De Haan) mocht Stübben in opdracht van Leopold II aan de slag gaan.  De koning had er een eigendom van een honderdtal hectare die hij in concessie gaf aan een vennootschap die er, volgens de plannen van Stübben, een nieuwe badplaats creëerde.  Leopold II liet Stübben verder ook nog, in een daarvoor voorziene wijk, een honderdtal villa’s in Anglo-Normandische stijl optrekken, die dan aan particuliere eigenaars in een langdurige erfpacht werden toevertrouwd.  De Brugse familie Van Caillie, die een groot aan de zee grenzend terrein in Duinbergen (tussen Knokke en Heist) bezat, deed eveneens een beroep op Stübben om aan deze nieuwe badplaats de nodige stedenbouwkundige allures te verlenen.
Ook de familie Lippens, sinds jaar en dag in één adem vernoemd met Knokke, liet Stübben een deel van hun stad, met name Het Zoute, aanpakken.  Hij ontwierp er een badplaats volgens zijn geijkte formules rekening houdend met het bestaande duinenlandschap en toverde daarrond een landelijke weidse omgeving waar mooie villa’s, ook hier weer met de voorkeur voor de Anglo-Normandische bouwstijl, hun plaatsje kregen.
Het was een openbaar geheim dat koning Leopold II een boontje had voor Brugge.  Het was dan ook niet meer dan logisch dat de vorst, toen hier aan een uitbreiding in functie van de nieuwe haven gedacht werd, een beroep deed op zijn vertrouweling Stübben.
Toch haalde de Duitse bouwkundige zich hierbij de toorn van Leopold II op de hals toen enkele honderden meters van de Brugse buitengracht werden gedempt om een betere toegang vanuit de binnenstad te hebben op de in aanbouw zijnde nieuwe noordelijke haven.  Wie hiervoor uiteindelijk de verantwoordelijkheid droeg was niet meteen duidelijk maar het was de koning hoe dan ook in het verkeerde keelgat geschoten dat het uitzicht van Brugge hierdoor grondig verstoord was.  De boze koning liet zich een hele tijd niet zien in de stad en toen hij eindelijk nog eens Bruggewaarts reisde maakte hij er een privébezoek van.  Omdat burgemeester Visart de Bocarmé liever niet geconfronteerd werd met de toorn van de vorst meldde hij zich ziek en het was een plaatsvervangende schepen die zich door Leopold II de levieten mocht laten lezen.
Het ontwerp van Stübben voor het nieuwe stadsdeel was eigenlijk vrij simpel.  Er zou een industriezone komen langs het kanaal Brugge – Oostende, een arbeiderszone in het oosten (Werfplein), een Middenstandszone centraal langs de Scheepsdalelaan en een residentiële zone in het Westen.
De riante residentiële wijk was bestemd voor de burgerij.  Dit gedeelte moest brede straten en voldoende ruimte voor bomen en groen omvatten.  Hier werd ook een nieuwe parochiekerk gebouwd toegewijd aan Kristus-Koning.

De kerk van Kristus-Koning in neoromaanse stijl werd ingewijd op 18 juli 1932 door de Brugse bisschop Lamiroy (bron foto : revue.knauf.be).

Aan de andere zijde van de Scheepsdalelaan werd een heel wat bescheidener wijk voorzien waar de arbeiders konden wonen en waar ook plaats voorzien was voor kleine nijverheid en ambachten.  De straten hoefden er niet zo breed te zijn als op Kristus-Koning maar de wijk kreeg wel enkele pleinen en veel bomen.  Het was deze wijk die de geschiedenis zou ingaan als het “Stübbenkwartier”.
 

Cerle Brugge KSV

Heel veel bedrijven en bedrijfjes hadden hun stek in deze wijk.  Om het geheugen op te frissen noemen we er hier voor de vuist enkele op.  Dit overzichtje is uiteraard verre van volledig maar bij de Bruggelingen die reeds een dagje ouder zijn zal er wel een belletje rinkelen bij het lezen van die vertrouwde namen : de “Gasfabriek” (het latere Electrabel) langs de Scheepsdalelaan, “Bloemmolens Dewulf” (Kolenkaai), “Kolenhandel Gaston Van Biervliet” (Leopold II-laan), “Brugsche koffiebranderij De Zon” van Petitjean-Sanders die ook nog “Koloniale Waren” verhandelde (Leopold II-laan), maalderij “De Nieuwe Molens” (Kolenkaai), pompstation “Van Biervliet & Zonen” (Leopold II-laan), kistenmaker “Ackaert” (Werfstraat), schrijnwerkerij “Albert Van Damme” (hoek Werfstraat en Leopold II-laan), schroot- en afvalbedrijf “Emile De Buyser” (Werfstraat, toen nog de Generaal Lemanstraat), drukkerij-boekbinderij “Beyaert” (Werfstraat), limonadehandel “Flandre” (Werfstraat), horticultuur “Verriest” (hoek Scheepsdalelaan – Werfstraat),…

Cerle Brugge KSV

In het “Stübbenkwartier verrezen heel wat industriële gebouwen zoals de “Bloemmolens Dewulf” (uit 1912) langs de Kolenkaai (bron foto : beeldbank Brugge).

Vanaf 1920 deed Stübben het rustiger aan.  Hij had tenslotte zijn sporen reeds ruimschoots verdiend en hoefde niets meer te bewijzen.  Hij overleed op 8 december 1936 op 91-jarige leeftijd in Frankfurt am Main.

Hermann Josef Stübben (° 10 februari 1845 - + 8 december 1936) (bron foto : Wikipedia).

Cerle Brugge KSV

In 1960 was de wijk toe aan een nieuw wegdek.  Dat met de correcte naam van deze buurt vaak een loopje genomen werd en wordt zal geen verbazing wekken.  Geen enkele Bruggeling zal het waarschijnlijk ooit hebben, in de veronderstelling dat zij de naam van de wijk kennen, over het “Stübbenkwartier” of de “Stübbenwijk”.  De juiste naam wordt steevast verwrongen tot “Stubbekwartier” of “Stubbewijk”.
In “Het Brugsch Handelsblad” vonden wij over de broodnodige aanleg van een nieuw wegdek onderstaand artikel terug :

Herbestrating van Stubbewijk begonnen” : “Reeds op het einde van vorige week is men begonnen met de herbestrating van de zogenaamde Stubbewijk. In de Generaal Lemanstraat (*) werden de voetpaden opengelegd om nieuwe gasleidingen te leggen.  Van daaruit breidde deze hernieuwing zich tot de andere straten uit.  In dezelfde straat werd ook reeds een strook kasseien door de bulldozer van de firma Blanckaert uitgebroken, ten einde de asfaltering van het wegdek voor te bereiden.  Naar verluidt zou men niet in alle straten tot het verwijderen van de kasseien overgaan en op sommige plaatsen rechtstreeks op de oude kasseien asfalteren, zoals in de Julius en Maurits Sabbestraat.  Deze werken zijn in elk geval zeer welkom, want het wegdek aldaar behoorde tot het slechtste van zijn aard in de stad Brugge.”.

(*) De Generaal Lemanstraat in de “Stübbenwijk” werd gewijzigd in de Werfstraat bij het tot stand komen van Groot-Brugge (1971).  De vroegere deelgemeente Assebroek had reeds een Generaal Lemanlaan (die behouden bleef) en om verwarring te vermijden kreeg de Generaal Lemanstraat in Brugge een nieuwe naam (nvdr).

* Destijds, maar dat is ondertussen toch ook alweer een pak jaren geleden, stond er op het voetpad aan de Sint-Salvatorskathedraal een aubette.  In die aubette, eigenlijk een winkeltje op wielen dat het midden hield tussen een frietkot en een strandkar, verkocht Flavie kranten, tijdschriften, gidsen, stadsplattegronden en ansichtkaarten.  Die aubette en natuurlijk ook Flavie maakten doodgewoon deel uit van de Steenstraat.  Als je daar passeerde, als dat tenminste op een deftig uur gebeurde, dan zag je daar Flavie zitten.  Ondertussen zijn Flavie en haar aubette reeds lang uit het straatbeeld verdwenen maar de herinnering bleef.  In 1960 verscheen er in “Het Brugsch Handelsblad”, gespreid over twee weken, een artikel rond Flavie want dat jaar tekende zij reeds 25 jaar (!) present in haar aubette.  We kozen een klein fragmentje uit dat voldoende illustreert hoe belangrijk de aanwezigheid van Flavie was en dat iedereen met veel plezier met haar een praatje maakte :

25 jaar Flavie” : “Feitelijk weten er niet zo heel veel mensen, hoe ze eigenlijk heet met haar familienaam.  Zij staat in gans Brugge bekend als Flavie tout court, Flavie van ’t gazettekotje bij Sint-Salvators.  Zij huizeniert daar winter – zomer van ’s morgens zes tot ’s avonds zeven uur.  Iedereen springt daar af of staat daar stil, om ’t vers nieuws te kopen : werklieden in de vroege nuchtend, die voor hun werk nog de sportverslagen willen lezen, juffrouwen die van Sint-Salvators komen en een babbeltje slaan over ’t weder of de dierte van ’t leven pratend met die ingoe vriendelijke Flavie, die lacht lijk een verse paptoarte, dat ge geen oogskens meer ziet en vertelt rap en vele lijk een ekster.  Professors van Saint Louis (*) blijven daar staan om samen met hun gazette de stand van zaken op de parochie te vernemen en later op de voormiddag zijn het de gezeten burgers op pensioen, die om ’t nieuws van de beurs komen. Want ge moet daar lijk blijven staan, willen of niet bij dat gazettekotje dat daar zo middeleeuws dwars over ’t voetpad staat.”.

Cerle Brugge KSV

Flavie in haar aubette aan de Sint-Salvatorskathedraal (bron foto : beeldbank Brugge).

Iedereen kende Flavie en toch kenden slechts weinigen Flavie echt.  Wie was zij ?  Waar woonde zij ?  Waar kwam zij vandaan ?  Het kon een programma avant la lettre van Paul Jambers geweest zijn !  Mits een beetje zoeken en speuren ontdekte ik een humoristische tekst van de hand van Denis Vermeire waardoor het mysterie rond Flavie toch een beetje ontrafeld wordt.  Deze tekst verscheen in “Vierkant” (oktober 2016), een publicatie van Woonzorgzone Curando West.  Ik wou de Shotlezer dit leuke stukje leesvoer niet onthouden en geef het met plezier integraal weer.  Geniet er van !

FLAVIE VAN D’AUBETTE VAN SINT-SALVATORS - In de Steenstraat, aan de kerk van Sint-Salvators, ongeveer waar er nu een paar autobushokjes staan, was er vroeger een krantenkiosk.  Die heette “d’ Aubette van Sint-Salvators”.  Die kiosk was een soort kar op wielen en werd gewoon “d’Aubette” genoemd.  De uitbaatster was dikke Flavie, een mens van minstens honderd kilo, droog gewogen.  Als kind heb ik mij altijd afgevraagd : hoe geraakt Flavie in hemelsnaam in haar gazettekot ?  En dat mens moet toch ook een keer ‘pipi’ doen ?  Nooit heeft mij iemand een antwoord aangereikt.  Iedereen kende Flavie.  Maar niemand wist waar ze vandaan kwam, hoe ze noemde en waar ze woonde !  Daarom : de historie van ‘t leven van Flavie van d’Aubette van Sint-Salvators.
Flavie Jonckheere, is in Brugge ‘aangespoeld’ gelijk dat ze zeggen.  Ze is geboren in Zande, als dochter van August Jonckheere en Marie Odaert.  Flavie is kort vóór de eerste wereldoorlog, in 1911, komen dienen bij Juffrouw Heule, een welstellende dame die op het kerkplein op Sint-Anna woonde.  Rijke dames hielden er in die tijd een dienstmaagd op na.  Die deed voor hen het huishoudelijk werk, ze ging de commissies doen en soms was ze ook wel eens een beetje de gezelschapsdame van madam.  Sommige diensters werden met de tijd een stuk van ’t meubilair en zelfs halve familie.
d’Aubette van Sint-Salvators stond er reeds van vóór de eerste wereldoorlog en werd vele jaren uitgebaat door een zekere Achiel Creyf.  Hij verkocht er gazetten, postzegels, revue’s (zoals ze de boekjes vroeger noemden) en je kon er ook tabak krijgen.  Voor de zeldzame toeristen waren er ook postkaarten met “vue’s” van Brugge.
Flavie was echter door en door christelijk.  In zoverre zelfs, dat niet-katholieke gazetten en boeken werden geweerd.  Die ongelovige brol kwam haar aubette niet binnen !  Ze had het dan ook niet begrepen op de klanten van “Het Volkshuis”.  Dat was het lokaal van de socialisten dat rechtover haar aubette, op de hoek van de Zilverstraat was gevestigd.  Daar werden “Het Werkerswelzijn” en het “Vlaams Weekblad” uitgegeven !  Twee socialistische gazetten die samen met “De Volksgazet” verboden waren in haar aubette !
Met schunnige boekjes was het zuuste van ’t zelfde…  Te veel bloot op de omslag en ’t boekje was veroordeeld tot de vuilbak !  De leerlingen van de Brugse scholen uit de buurt durfden Flavie al eens “den duivel aandoen” !  Met een paar kwamen ze dan vragen naar een ‘raar’ boekje of een gewaagd stationsromannetje.  Dan was ’t kot te klein !!  Niet zelden werd de prefect van de school later op de week, bij het ophalen van z’n krant, ingelicht.  Zelfs met de persoonsbeschrijving erbij van de kleine smeerlaptjes die Flavies zieleleven in gevaar hadden gebracht !
Schuin over Flavie’s Aubette was er de koffiebranderij van “De Groof”.  Een heel erg drukbeklante zaak die van overal in de streek gekend was.  Elke zaterdagmorgen, toen de verse koffiebonen in de winkel werden gebrand, zweemde er over de hele buurt een zalige geur van versgebrande koffie !  Zaaaalig !  Dan was Flavie in haar beste doen.
Haar aubette draaide als zot.  Vaste klanten kwamen er hun wekelijkse lectuur ophalen maar ook de Brugse nieuwtjes gingen er over de toonbank.  De lotjes van de “Koloniale Loterij” die in Flavie’s aubette verkocht werden, hadden wellicht speciale, magische capaciteiten.  Ze waren in elk geval zeer geliefd bij de Bruggelingen.  Ook mijn vader trok elke week naar Flavie voor zijn lotjes van de ‘Koloniale Loterij”.  Nooit is hij er één frank rijker mee geworden !
Flavie woonde in de Katelijnestraat 1.  Maar direct na de oorlog, op 10 juli 1945, nam ze haar intrek in Sint-Salvatorskerkhof 21.  Dat was dichter bij haar aubette en vooral ook dichter bij haar kerk.  De kathedraal van Sint-Salvator.
In 1960 werd ze gevierd door de commercanten van de Steenstraat voor het zilveren jubileum van haar uitbating.  Ze kreeg een “boekee” bloemen en een omhelzing van Meneere Machiels, de voorzitter van de gebuurtekring van de Steenstraat.  Flavie bloosde en zag ’n beetje rood van “alterasie”.  Wie had dat gepeinsd … een kus van de voorzitter !!!!  “Wat goan de menschen zeggen” prevelde ze…
Helaas, vijf jaar later, in augustus 1965, moest ze wegens ziekte haar aubette vaarwel zeggen.  Het ging niet meer…..  Het deed haar raar.  Ze miste haar klanten die inmiddels vrienden en kennissen geworden waren.  Sommigen waren zelfs halve familie !  In haar woning hield ze zich bezig met haar grote postzegelverzameling.  Zij was immers een verwoed verzamelaarster en beschikte over een unieke, grote collectie zeldzame postzegels.
Flavie Jonckheere overleed in de kliniek van de Zwarte Zusters langs de Spaanse Loskaai in Brugge op maandag 16 september 1968.  Ze werd 75 jaar.  En d’Aubette van Sint-Salvator hoor ik je vragen…  Die verdween uit het straatbeeld en verhuisde naar de tuin van haar erfgenaam, een neef in Snellegem.  Hij maakte er een duivenhok van !  Zou Flavie het geweten hebben ?”.

Internationaal

* Toen Duitsland de Tweede Wereldoorlog definitief verloren had beseften vele voormalige kopstukken van de Nazipartij dat de jacht op hen open verklaard was.  Proberen te ontsnappen zou niet van een leien dakje lopen.  De Rijkshoofdstad Berlijn was omsingeld door de Russen en nagenoeg hermetisch afgesloten en in West-Europa zwaaiden de geallieerden de plak.  Velen werden gevangen genomen en kregen een proces, anderen pleegden zelfmoord om aan hun noodlot te ontsnappen.
Vaak hoorde men in de naoorlogse jaren berichten over voormalige nazikopstukken die (vooral) in Zuid-Amerika opdoken.
ODESSA, wat voluit Organisation der ehemaligen SS-Angehörigen betekent, was een netwerk van voormalige SS-officieren en –sympathisanten die onder leiding van de gewezen SS-Standartenführer Otto Skorzeny hoge nazi’s hielp ontvluchten uit het door de geallieerden veroverde Europa.
Van SS-Hauptsturmführer Josef Mengele, de “Engel des doods”, is met zekerheid geweten dat hij na de oorlog in Argentinië, Uruguay, Paraguay en Brazilië verbleef waar hij in 1979 overleed.
Een andere figuur waarover vaak geruchten de ronde deden was Martin Bormann.  Hij werd op 17 juni 1900 in het Duitse Wegeleben geboren.  De jonge Bormann was een goede student maar in 1918 verkoos hij het Duitse leger boven studeren.  Na de oorlog kwam Bormann in extreemrechtse middens terecht en in 1922 werd hij lid van het Vrijkorps Rossbach, een extreem nationalistisch en antisemitisch korps, dat zich kantte tegen de Weimarrepubliek.  Op 17 februari 1927 werd Bormann lid van de NSDAP (Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij) van Adolf Hitler.  Al snel werkte hij zich op in de partijhiërarchie en in 1928 werd hij toegevoegd aan de staf van de Sturmabteilung.  Na de machtsovername in 1933 benoemde Adolf Hitler hem tot partijorganisator en schatkist bewaarder.  Vanaf 1933 zetelde Bormann in de Rijksdag.
Een belangrijk kenmerk van Marin Bormann was dat hij nooit op de voorgrond trad maar toch altijd heel prominent aanwezig was.  In feite was Bormann de secretaris van Rudolf Hess die de tweede belangrijkste persoon in de partij en de plaatsvervanger van Hitler was.  Nadat Hess in 1941 naar Groot-Brittannië vloog en er gevangen werd gezet stelde Hitler Bormann aan als zijn privésecretaris.  De Führer had een grenzeloos vertrouwen in Bormann die een fenomenaal geheugen had en onwaarschijnlijk stipt was.  In 1943 werd Bormann partijsecretaris.  In juli 1944 pleegde kolonel Claus von Stauffenberg een mislukte aanslag op Hitler.  Omdat er bij die aanslag een groot aantal Wehrmacht-officieren betrokken waren verloor Hitler zijn vertrouwen in het leger.  Hij was enkel nog overtuigd van de loyaliteit van de SS en van de partij.  Op die manier werd Martin Bormann, als partijsecretaris de machtigste man binnen de NSDAP, samen met de Reichsführer-SS Heinrich Himmler, één van de machtigste figuren van het Derde Rijk.

Cerle Brugge KSV

(bron foto : Wikipedia)

Bormann bleef zijn Führer trouw en vergezelde hem naar de Berlijnse Führerbunker.  In zijn testament van 29 april 1945 omschreef Hitler Bormann als zijn “loyaalste partijgenoot” en stelde de Führer hem aan tot zijn testamentair executeur.  Na de zelfmoord van Adolf Hitler op 30 april 1945 ondernam Martin Bormann, samen met enkele getrouwen, op 2 mei een uitbraakpoging.  Het was zijn bedoeling om zich in Flensburg bij admiraal Karl Dönitz te voegen die, als opvolger van Hitler, de nieuwe president van het Derde Rijk was geworden.
Via onderaardse riolen bereikten Bormann en de zijnen de Friedrichstrasse waar ze in een vuurgevecht terecht kwamen en elkaar in de verwarring kwijt geraakten.

Niemand wist met zekerheid te zeggen wat er met Bormann gebeurd was.  Artur Axmann, de leider van de Hitlerjugend, verklaarde tijdens het proces van Neurenberg dat hij het dode lichaam van Bormann had zien liggen.  Erich Kempka, de chauffeur van Hitler, verklaarde dat hij Bormann na de ontploffing niet meer gezien had en hij aannam dat Bormann, gezien het over een zeer zware ontploffing ging, dood was.
Was Martin Bormann inderdaad dood ?  Of was hij toch kunnen ontsnappen ?  In “Het Brugsch Handelsblad” lazen we het volgend artikel :

Martin Bormann zou in Argentinië opgedoken zijn” : “Na de oplichting van Eichmann, de Jodenverdelger, door Israëlische agenten, werd beweerd, dat ook Martin Bormann, Hitlers laatste plaatsvervanger en sekretaris van de NSDAP in het land van ex-diktator Peron onder een valse naam zou leven.  Het is een feit, dat in Argentinië veel oud-nazi’s een onderkomen hebben gevonden met behulp van de Peron-diktatuur.  Donderdag werd te Zarate nabij Buenos Aires een man aangehouden, die sprekend op Martin Bormann gelijkt, doch er… 10 jaar jonger dan zijn berucht evenbeeld –voor zover hij dus Bormann zelf niet is– uitziet.  Hij ziet er 50 uit, terwijl Bormann er thans 60 zou moeten zijn.  Bormann verdween spoorloos uit het brandend Berlijn bijna vlak voor de intocht van de Russen in 1945.  Walter Flejer, aldus de man, die op Bormann gelijkt, zou echter volgens zijn werkgevers reeds sinds 1944 in Argentinië verblijven, zodat hij Bormann niet kan zijn, vermits deze eerst in 1945 Duitsland zou verlaten hebben, bijaldien hij werkelijk is ontsnapt.  Het mysterie Bormann is dus niet opgelost en a fortiori het mysterie Hitler ook niet.  Voor alle zekerheid stuurde Bonn een dokument met vingerafdrukken van de vermiste Nazileider naar Buenos Aires ter vergelijking.”.     

Dergelijke berichten waren schering en inslag.  Zelfs van Hitler werd op een bepaald moment beweerd dat hij niet in Berlijn gestorven was maar ondergedoken in Zuid-Amerika leefde.  Uiteindelijk bleek dat Artur Axmann en Erich Kempka de waarheid hadden gesproken.  Martin Bormann was inderdaad bij de granaatontploffing om het leven gekomen.  In december 1972 waren er bouwwerkzaamheden aan de gang nabij de Berlijnse Tiergarten, op de plaats waar Bormann voor het laatst gezien was.  De arbeiders stootten er op twee skeletten.  Tijdens het daaropvolgend onderzoek vond men op beide skeletten sporen van cyanidecapsules terug.  Veel nazi’s beschikten over dergelijke capsules met cyanide (een zeer snel werkend gif) om, als zij gevangen genomen werden, zelfmoord te kunnen plegen.  Bovendien kon men achterhalen dat één van beide skeletten het juiste postuur en de juiste leeftijd had om Bormann te kunnen zijn.  Na de autopsie bleken de gebitsgegevens en andere specifieke details overeen te komen met de gegevens waarover de Duitse overheid in hun archieven beschikte.  Op basis van al die informatie besloot Duitsland om Martin Bormann in april 1973 officieel dood te verklaren.  In 1998 konden de onderzoekers DNA-materiaal vergelijken met dat van familieleden en met zekerheid concluderen dat één van de in december 1972 gevonden skeletten dat van Martin Bormann was.  Nu het onderzoek definitief kon afgesloten worden besloot men, op verzoek van de familie, de botresten te cremeren.  De as werd op 16 augustus 1999 boven de Baltische Zee uitgestrooid.

De schedel van Martin Bormann die bij bouwwerkzaamheden werd opgegraven op de plaats waar hij het laatst gezien was (bron foto : ww2gravestone.com).

 

(Marnix Knockaert)

Cerle Brugge KSV

Gerelateerde nieuwsberichten

Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 213)

(periode van 15-10-1960 -> 29-10-1960)


Cercle


Voor de groen-zwarten lagen enkele moeilijke wedstrijden in het verschiet.  De eerstvolgende match betekende een verplaatsing naar het 2de geklasseerde FC Beringen, gevolgd door alweer een uitwedstrijd, dit keer tegen middenmoter TSV Lyra.  Na dit tweeluik op verplaatsing mochten de groen-zwarten (eindelijk) nog eens thuis aantreden tegen… leider FC Turnhout.  Het was natuurlijk de kans bij uitstek voor Cercle om te bewijzen dat ze aan de hoge verwachtingen konden beantwoorden en zo de doemdenkers een neus konden zetten.  “Veritas” mocht voor “Het Brugsch Handelsblad” richting het verre Beringen sporen om er zijn bevindingen aan het papier toe te vertrouwen : 

“F.C. Beringen – Cercle Brugge 0-0 : Brugse defensie hield stand !” : “De Cerclejongens hebben de verre reis naar Beringen in zoverre tot een goed einde gebracht, dat zij er een kostbaar puntje wegkaapten, hetgeen ze in de eerste plaats te danken hebben aan de waarlijk uitstekende verrichting van de verdedigers.  Vooral in de 1e helft toonde de groen-zwarte defensie zich van haar beste zijde, ook al diende de zeer sekure Mortier een paar keren beroep te doen op de welkome hulp van Dame Fortuna.  De autoriteit van de Brugse verdediging werkte op de duur zo ontmoedigend op de lokale aanvallers, dat zij het niet meer aandurfden naar doel te schieten.  Het uitgesproken overwicht van de Limburgers was mede oorzaak dat er voortdurend stapelspel ontstond voor de Brugse doelmond, maar de bezoekende verdedigers hielden het hoofd koel en meteen de skoor ongeschonden.  Wat ons evenwel bijzonder heeft getroffen is het feit dat Cercle, waarvan het geweten is dat het niet kan “vechten”, deze keer met volle overgave heeft gestreden om dit ene puntje uit het vuur te slepen.  Dat waren wij sedert lang niet meer gewoon van de anders zo nonchalante Bruggelingen die, als er verder op dergelijke wijze opgetreden wordt, geleidelijk tot meer bemoedigende en overtuigende resultaten zullen komen.” 
 

Technische  krabbels…
F.C. Beringen – Cercle Brugge  0-0

- opkomst : 3.000 toeschouwers.
- leiding : ref. Calonne, uitstekend.
- weersgesteldheid : wind in de lengte van het veld, regen in de tweede helft.
- terrein : prima.
- corners : Beringen 9, Cercle 4.
- F.C. Beringen : Van Offenweert, Verboven, Bierten, Voordeckers, Ariën, Geybels,
  Vanherle, Cuyvers, Lormans, Poelmans, Kauwenberghs.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Notteboom, Daels, Bailliu, Michiels, Buyse.


Na de vijfde speeldag in Tweede klasse zag de rangschikking er als volgt uit : 1. FC Turnhout 9 punten, 2. FC Beringen (7), 3. SK Sint-Niklaas (6), 4. Kortrijk Sport (6), 5. Cercle (6), 6. Berchem Sport (6), 7. Olse Merksem (6), 8. FC Diest (5), 9. TSV Lyra (5), 10. Racing Doornik (5), 11. UR Namen (5), 12. Sporting Charleroi (5), 13. FC Mechelen (4), 14. White Star (4), 15. Racing Brussel (1), 16. FC Tilleur (0).  

Op de zesde speeldag kregen de groen-zwarten de verplaatsing naar het negende gerangschikte TSV Lyra tussen de kiezen geschoven.  Als wij de statistieken mochten geloven viel er daar voor Cercle weinig of geen punten te rapen.  Meestal trok Lyra, zeker op eigen terrein, het laken naar zich toe.  Bovendien telde de ploeg uit Lier slechts één luttel puntje achterstand op de Bruggelingen zodat een overwinning hen zelfs naar de subtop zou loodsen.  Het beloofde alvast een moeilijke en wellicht warme uitwedstrijd voor de groen-zwarten te worden…  In “Het Brugsch Handelsblad” werd al even vooruitgeblikt op deze ontmoeting :

“Cercle reist zondag naar Lyra waar de groen-zwarten zich zelden kunnen aanpassen en meestal zwaar geklopt worden.  Gelukkig blijkt de verdediging weer op punt, zodat het grote vraagstuk opnieuw de voorlijn is.  Ook deze zal gewijzigd worden vermits Michiels onbeschikbaar is wegens verwonding.  Dezes plaats zal ingenomen worden door de jonge Marc Verheye, terwijl verder nog het optreden twijfelachtig is van Buyse en Bailliu.  Hiernavolgende waarschijnlijke formatie kan wellicht weer een puntendeling verwerven : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Notteboom, Daels, Bailliu, Verheye, Buyse (of Desmaele).”  

“Veritas” was opnieuw de verslaggever van dienst voor de groen-zwarte verplaatsing naar Lyra.  Zou hij er de gretige getuige van zijn dat Cercle misschien één en uiteraard liefst twee punten meenam naar Brugge of zou hij er machteloos moeten op toezien dat de Bruggelingen nog maar eens op de slachtbank terecht kwamen ?  

“T.S.V. Lyra – Cercle Brugge 1-1 : Cercleverdediging won een puntje…” : “De tweede opeenvolgende verplaatsing was voor de groen-zwarte defensie een nieuwe gelegenheid om zich bij Lyra in de kijker te spelen.  Het valt inderdaad niet te ontkennen dat Mortier en zijn lijfwacht er weer eens in geslaagd zijn om een puntje mee te brengen van een reis die absoluut niet van gevaar ontbloot was.  De recente zware nederlagen op dit veld waren er zeker niet vreemd aan dat de Cercletrainer met een uitgesproken defensieve taktiek in het veld trad.  Wellicht zullen de Lyrasupporters na de match beweerd hebben dat hun favorieten de zege verdiend hadden : “zij” hadden immers veel meer aangevallen, “zij” telden acht corners tegen slechts één voor Cercle, doch op het skoorbord kwam voor iedere ploeg één enkel cijfer !  Meer zelfs, wij durven beweren dat indien de groen-zwarten meer aanvallend hadden durven optreden, de beide puntjes naar Brugge zouden meegekomen zijn.  De Lyra-aanvallers, en bijzonder de vroegere nachtmerrie Jef Piedfort, zijn niet meer de schaduw van wat zij vroeger waren.  En ware het niet dat de Cercleverdediging flagrant in gebreke bleef op die bewuste spelfase, dan zou er van een lokaal doelpunt wel nooit iets in huis zijn gekomen, zo zwak bleek de Lyra-voorhoede !”

 

Technische  krabbels…
T.S.V. Lyra – Cercle Brugge  1-1


- opkomst : 2.500 toeschouwers.
- leiding : ref. Gijsen, goed.
- weersgesteldheid : zonnig en betrokken, droog weder.
- terrein : vettig en hobbelig.
- corners : Lyra 8, Cercle 1.
- doelpunten : 39e min. : Notteboom 0-1, 49e min. R. Piedfort 1-1.
- T.S.V. Lyra : Leysen, Geysen, Verbruggen, Heylen, De Raedt, Van Hove, Vander Smissen, Peeters, Ceuppens, J. en R. Piedfort.
- Cercle : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Notteboom, Daels, Bailliu, Verheye, Desmaele.


De resultaten van de groen-zwarten oogden behoorlijk : een gelijkspel op het veld van het tweede gerangschikte FC Beringen gevolgd door een gelijkspel op het veld van het eerder bescheiden TSV Lyra.  De volgende wedstrijd zou duidelijk maken of Cercle inderdaad goed bezig was want de ongeslagen leider FC Turnhout (10 punten) kwam op bezoek in het Edgard De Smedtstadion !  Cercle stond op de vijfde stek en totaliseerde zeven punten.  Een zege zou de kloof tussen beide ploegen herleiden tot slechts één punt.  Omdat het een zeer belangrijke wedstrijd betrof en er uiteraard veel toeschouwers verwacht werden, kregen de voetballiefhebbers de kans om hun ticket op voorhand te kopen :

“Kaarten op voorhand voor Cercle – Turnhout : Morgen zondag krijgt men op het Cercleveld de grote schok tegen de ongeslagen leider FC Turnhout, zodat men zich aan een grote publieke belangstelling mag verwachten.  Voor deze kapitale wedstrijd kunnen de sportliefhebbers zich dan ook kaarten op voorbaat kopen en dit tot zondagmiddag 12 uur in het Cerclelokaal “Hotel de Londres”, ’t Zand te Brugge.  Daarna zijn kaarten te verkrijgen op het groot terrein.”

Uiteraard kon ook een korte voorbeschouwing niet ontbreken :

“De groen-zwarten staan morgen zondag voor een zeer belangrijke thuiswedstrijd tegen FC Turnhout.  De nieuw-gepromoveerden staan immers nog ongeslagen aan de leiding en gelden nu reeds als de voornaamste favorieten voor de promovering.  Cercle, die tot nog toe “al slecht spelend” de schade enigszins kon beperken, is het geraden goed uit de ogen te zien en thans “alles of niets” te spelen.  De verdediging blijkt weer op punt, wat echter niet kan gezegd van de aanvalslijn.  Voor zondag zal thans Willy Lambert opgesteld worden als midvoor terwijl Bailliu naar links zal opschuiven en voor de linksbuitenplaats de keuze zal gaan tussen Buyse en De Caluwé.  Voor alles moeten Bailliu en z’n maats echter vol geestdrift en wilskracht akteren en dan zal het mogelijk een derde Brugse zege worden met hiernavolgende opstelling : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Notteboom, Daels, Lambert, Bailliu, Buyse of De Caluwé.”

Omdat “Het Brugsch Handelsblad” met het verslag van deze topwedstrijd ontbrak heb ik dit keer het “Burgerwelzijn” geraadpleegd.  “Marc” was de reporter van dienst en trok, gewapend met pen en papier, richting Edgard De Smedtstadion :

“Cercle – F.C. Turnhout 5-3 : Ze zullen er nog lang over spreken” : “Niet alleen in Brugge, over die onverwachte en “fameuze” remonte, maar wellicht nog meest vanal te Turnhout, om de gouden kans die ze verkeken om de stand op 1-4 te brengen, en nog meer om de gemiste strafschop die hun misschien nog een gelijk spel zou bezorgd hebben.  Men heeft het de Cercleploeg al dikwijls onder de neus gewreven, dat het niet strijdlustig genoeg is, of voor de bal kan vechten.  In vele gevallen hebben we dit kunnen vaststellen, en de vergelijking die men dan ging maken met hun stadsgenoten van Club, viel telkens in hun nadeel uit.  De sportieve vrienden uit de Kempen, hebben de gelegenheid gekregen de Groen-zwarten onder een gedaante te zien die we van hun zelf niet meer kenden, of stilaan waren vergeten.  We zouden het willen verhopen, maar we durven het niet verwachten dat Cercle dit seizoen nog dergelijke “performenties” uit haar mouw zal schudden, want dan zouden voor hun de poorten van eerste-afdeling wagewijd open gaan.  Sensatie is er in deze ontmoeting geweest, zoveel als men er maar wilde.  Na 3’ eerste gevaarlijke doorbraak van Notteboom, niet al te regelmatig gestuit, tegenaanval van Turnhout en 0-1.  Pas 1’ nadien handspel der bezoekers, vernuftige doorzet van Perot naar De Caluwé en 1-1.  Niet daarom alleen was de partij aantrekkelijk maar we kregen bovendien zeer genietbaar voetbalspel te bekijken.  Was Cercle in zijn spelconceptie beter onderlegd, Turnhout liet het ook niet langs de verkeerde kant liggen, en met snelle doorbraken langs de vleugels en een zeer bedrijvige Embrechts in het midden werd de Cercledefensie voor een zeer zware opgave geplaatst.  Aan de 12’ maakte Embrechts van een aarzeling gebruik om Mortier een tweede maal te verslaan.  Willy zou kort daarop een bijna zeker doelpunt moeten redden, maar toen rond het half uur Baas in het midden eenvoudig weg “over” de bal trapte, was Turnhout’s vlugge binnenspeler er andermaal om Mortier ongenadig met een balletje te bedienen waar geen verhaal tegen kon bestaan.  En zo stond Cercle na 30’ met 1-3 in het krijt.  Werkelijk niet heel rooskleurig, en de Cerclefans waren heel zeker van hetzelfde gedacht.  Dat aan de rust één van Turnhout’s afgevaardigden “presto” naar de “heimat” een telefoontje had gegeven om het grote nieuws aan te kondigen, was zoveel of te zeggen dat ze overtuigd waren dat het zaakje in kannen en kruiken was.  Wij geloofden het ook !  Maar !  Wie heeft het eens geschreven dat een dubbeltje soms aardig kan rollen ?  Die zin hebben we niet zelf uitgevonden, maar we verhalen hem, omdat hij nooit beter kon van pas komen.  U moet immers weten dat F.C.T. 7’ na de herneming een reuzekans verkeek om er –zoals we hoger schreven– 1-4 van te maken.  Dit was wel het psychologisch moment van de partij, want Cercle mocht nu nog eens met dubbele goede bedoelingen en betrachtingen bezield zijn geweest, nooit zou het hun gelukt zijn drie doelpunten achterstel in te lopen.  Nu gebeurde het tegendeel.  Cercle deed onmiddellijk een tegenaanval, volgens spelleider Casteleyn onregelmatig gestuit in de grote backarea.  Strafschop door Perot met een “caramelshot” omgezet.  Ziet u beste voetballiefhebbers, 2-3 in plaats van 1-4.  Voelt u het verschil van de… differentie ?  Koren op de molen voor de thuisclub, en daarmede luidde het begin van een non-stop offensief.  En ik kan jou verzekeren dat Turnhout’s achterhoede hachelijke standjes heeft moeten doorbijten.  Ze werden eenvoudig van het kastje naar de muur gespeeld, zonder eens de tijd te krijgen om zich te hervatten of naar verse adem te snakken.  Hemelse deugd wat was dat voor een pletrol die ongenadig ging beuken op de Turnhoutse vesting.  Het kon niet anders meer, “ze” moest bezwijken.  En ze bezweek een eerste maal toen aan de 21’ –pas 1’ voordien waren ze door het oog ener naald gekropen, toen Lambert over de deklat lobeerde– dezelfde speler op center van Notteboom gelijk stelde.  Het bomvolle stadion zinderde en daverde op zijn grondvesten.  Maar de lijdensweg van de ex-derde klasser was nog niet ten einde.  Aan de 31’ kwam Cercle aan zijn vijfde hoekschop.  Jacky De Caluwé kopte gemeten en op het scorebord kwamen 4-3 cijfers.  En daarmede was bij Turnhout de veer gebroken en ging de laatste kans verloren.  Want Cercle liet nu niets meer aan het toeval over, en om alle onzekerheid weg te nemen scoorde Lambert 5’ voor het einde nog een vijfde doelpunt.  Kunt u zich maar één ogenblik voorstellen wat er toen rondom het Cerclestadion gebeurde ?  We willen het u maar liefst niet beschrijven, want het is ons niet mogelijk.  Spaar ons de moeite u bij Cercle één uitblinker aan te duiden.  Feit is dat Daels triomfantelijk op kloeke schouders van het plein weggedragen werd, wat ten slotte niets ontneemt aan de verdiensten van zijn medespelers.  Als slot willen we nog vermelden dat onze Gentse scheidsrechter dhr. Casteleyn –zopas als internationaal gepromoveerd– voor een uitstekende leiding zorgde, en de Kempische jongens op ons een voortreffelijke en vooral sportieve impressie hebben achtergelaten.  Ze zijn goed op weg om dit seizoen de rol van Olse Merksem in te nemen.  En dat wil al heel wat zeggen.”         

Uit het voorgaande artikel blijkt dat de ganse Cercleploeg mocht bewierookt worden en dat Daels blijkbaar dat ietsje meer realiseerde zodat zijn medespelers hem op hun schouders tilden en met hem in triomf van het Cercleplein stapten.  Wie ook in de lofbetuigingen mocht delen was Willy Mortier.  Willy had zich steeds een betrouwbaar sluitstuk van de verdediging getoond en had beslist zijn steentje bijgedragen tot de mooie zege op de leider :

“Willy Mortier lag aan de basis van Cercle’s overwinning tegen Turnhout” : “Wanneer we dit schrijven zullen velen denken dat we willen bedoelen dat Cercle’s doelman de zege van zijn kleuren verzekerde door het afweren van de penalty welke Turnhout zondag een zestal minuten voor het einde van de partij kreeg toen de skoor 4-3 geworden was.  Dit is inderdaad wel waar alhoewel dan evengoed kan beweerd worden dat het binnentrappen, van de bekomen penalty door Perot een stimulans betekende voor de ploeg en haar terug het nodige vertrouwen schonk.  Het psychologisch ogenblik in deze wedstrijd lag echter veel vroeger en wel, toen enkele minuten na de herneming de Turnhoutse voorman Emberechts, alleen voor Mortier opdagend, op de paal schoot en deze laatste zijn hernemend schot op de doellijn, ten koste van een prachtige inspanning, eerder mirakuleus, kon stoppen.  Wie zal durven beweren dat Mortier hiermede de basis niet legde van het Cercle-sukses en dat indien Turnhout, op dit ogenblik met 3-1 aan de winst, een vierde doelpunt had gelukt, niet de overwinning had behaald ?  Doelman Mortier die in de 4 jaren dat hij bij Cercle speelt de groen-zwarten reeds ontelbare diensten heeft bewezen, gaf hiermede nogmaals blijk van zijn klaar doorzicht en grote hoedanigheden welke van hem zeker een onzer beste Belgische portiers maakt.  Toen hij een paar jaren geleden met de Belgische Militaire ploeg vier internationale matchen speelde en in de finaalwedstrijd in Italië het idool werd van de Italianen, wanneer hij, en hij alleen, door zijn wonderbare keeping de Belgische ploeg van de nederlaag redde, werd zijn naam in “blokletter” vernoemd.  De tijd is voorbij en Willy Mortier werd weer de gewone doelman uit de Provincie, van Cercle Brugge.  Jammer dat hij niet tot een Brusselse of Waalse club behoort, anders zouden zonder veel twijfel wel, zijn doelmanstalenten meer geapprecieerd en in het daglicht worden gesteld.  Cercle’s doelman heeft thans 25 lentes achter de rug en kan dus de Groen-Zwarten nog oneindig veel diensten bewijzen.  Ondervraagd meent Willy dat Cercle het dit seizoen moeilijker zal hebben dan verleden seizoen gezien het spelgehalte bij de andere ploegen aanzienlijk is verbeterd.  Toch valt bij Cercle een gelukkige kentering waar te nemen beweert hij.  Er is meer geestdrift en in de aanvalslijn zit meer kracht.  Hij vond de plaatsverwisseling van zondag laatst tussen Bailliu en Lambert een gelukkige zet.  Het bewees ons dat samen met Daels, die voor de Groen-Zwarte ploeg een stellige belofte wordt, Bailliu als binnenspeler de nodige stootkracht aan de voorlijn, die in het verleden deze noodzakelijke faktor miste, geeft en verder zorgt een zeer opportunistische Lambert voor de afwerking.  Alhoewel reeds vele grote clubs aan Mortier mooie voorstellen deden is er, volgens hem, van een mogelijke transfert geen sprake.  Willy verkiest bij Cercle te blijven, te meer nog hij in het burgerleven in betrekking is, als Sociaal Assistent, bij de Gas en Elektriciteitsmaatschappij EBES te Brugge.  Zijn uitdrukkelijke wens is Cercle dit seizoen naar “Ere” te zien promoveren.  Hij is overtuigd dat hiervoor de Brugse supporters Groen-Zwart terzijde moeten staan.  Zondag ll. hebben zij, tijdens deze onvergetelijke tweede helft, bewezen dit te kunnen doen.  “En geloof me,” zegde hij : “hun aanhoudende aanmoedigingen hebben zeker het hunne bijgebracht tot het behalen van de zege.  Afbreken kan slechts de spelers nadelig beïnvloeden en hun het nodige vertrouwen ontnemen.”.  En dit beamen we tenvolle.  Wij hopen slechts dat zijn wensen mochten verwezenlijkt worden dit niet alleen voor hem persoonlijk en voor Cercle doch voor het ganse sportieve Brugge die van de Groen-Zwarten mooie verrichtingen verwacht."

Na de zeer hoopgevende zege tegen leider FC Turnhout klaarde de hemel boven groen-zwart Brugge op.  Het komende weekend stond er geen competitiewedstrijd op het programma maar een weekje later mocht Cercle thuis aantreden tegen SK Sint-Niklaas.  De Waaslanders deden het verre van slecht en telden slechts één luttel puntje minder dan de Bruggelingen.  Voor de ploeg uit het Edgard De Smedtstadion was er alweer maar één boodschap : zeker niet verliezen van de geel-blauwen !  Ondertussen werd er al eens, de traditie getrouw, vooruitgeblikt op deze belangrijke ontmoeting :

“Cercle nieuws – Reeds kaarten op voorhand voor Cercle – Sint-Niklaas” : “Zondag aanstaande krijgen we geen officiële competitiewedstrijden doch de zondag daarna hebben we te Brugge op het terrein van Cercle Brugge weer een wedstrijd welke belooft van het allerbeste gehalte te zijn en waar weer spanning en sensatie zal gebracht worden waarvan duizenden sportliefhebbers uit Brugge en de Provincie zullen willen getuige zijn.  Cercle krijgt immers het bezoek van SK Sint-Niklaas die tijdens het huidige seizoen reeds genoegzaam blijk gaf van goede forme en zich zeker terdege inspant om haar illusies werkelijkheid te zien worden.  Sint-Niklaas staat immers momenteel één enkel puntje achter op de groen-zwarten zodat ook voor haar deze ontmoeting van het allergrootste belang wordt.  Na de formidabele wedstrijd welke Cercle leverde tegen Turnhout en het vertrouwen welke zij hierdoor vanwege haar supporters weer herwon bestaat er weinig twijfel of het Cercleterrein loopt weer zoals zondag verleden boordevol.  Velen immers die verleden week de wedstrijd tegen Turnhout niet zagen zullen benieuwd zijn om de Groen-Zwarten weer in een zware kamp te zien evolueren en de nieuwe opstelling met Lambert, die zich als een ware goalgetter ontpopte, aan het werk te zien.  Ten einde nu de belangstellenden niet te moeten ontgoochelen, deelt het Bestuur van Cercle ons mede dat reeds vanaf heden kaarten op voorhand voor deze ontmoeting kunnen bekomen worden in het Hotel de Londres, ’t Zand te Brugge.  Als u een behoorlijk plaatsje op Cercle’s terrein voor de wedstrijd van zondag over acht dagen tegen St. Niklaas wil bemachtigen en u tevens wil besparen van ettelijke minuten aan de guichetten te staan inschuiven om tenslotte op uw plaats aan te komen op het ogenblik dat de scoor reeds 1-1 is (tegen Turnhout waren velen in dit geval gezien na vijf minuten ieder elftal reeds een doelpunt had aangetekend) neem dan uw kaart op voorhand.  Het is een waarborg en het vergemakkelijkt aanzienlijk uw, doch ook de taak van de kaartenafzetters op het terrein die op dergelijke ogenblikken over geen handen genoeg kunnen beschikken.  Neem uw voorzorgen want het wordt weer een match der grote dagen !”.



Brugge


Als je destijds in Brugge woonde en je moest gehospitaliseerd worden dan bestond de kans dat je opgenomen werd in de Sint-Jozefskliniek langs de Brugse Komvest.  De kliniek genoot een uitstekende reputatie en was ondergebracht in een imposant gebouw.  De kliniek is ondertussen sinds jaar en dag uit het stadsbeeld verdwenen maar het gebouw staat er nog en doet dienst als jongensinternaat van de Hotel- en Toerismeschool Spermalie.
In 1960 vierde de Sint-Jozefskliniek, zo lazen wij in “Het Brugsch Handelsblad”, het gouden jubileum :

“Gouden jubileum en inzegening nieuwe gebouwen der Sint-Jozefskliniek” : “Op maandag 24 oktober a.s. grijpt onder het voorzitterschap van Mgr. De Smedt, de plechtigheid plaats van het Gouden Jubileum der Sint-Jozefskliniek.  Te 9.30 uur wordt een plechtige hoogmis opgedragen waarna zal overgegaan worden tot de inzegening van het Noviciaatsgebouw en de nieuwe lokalen van de heelkundige afdeling.”

Als trouwe Shotlezer in het algemeen en lezer van deze rubriek in het bijzonder voel je het reeds aankomen…  Er staat u wat geschiedenis te wachten…  

De geschiedenis van de Sint-Jozefskliniek gaat terug tot 1905 als chirurg Verhouf, bijgestaan door drie Zusters Augustinessen van de Orde van Meaux, een privé-kliniek opstart in de Langestraat.  In 1907 zetten de zusters hun werk verder in een huis aan de Komvest.  In 1908 kopen de zusters een stuk grond aan van het Capucienenklooster in de Sint-Clarastraat en openen, in samenwerking met enkele Brugse chirurgen, een nieuwe privé-kliniek.   
 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Retro - Björn Sengier geïnterviewd

RETRO
 

Twee jaar tussen de palen op Olympia…    
                                 

Björn Sengier geïnterviewd
 

Het kan iedereen overkomen. Je presteert prima in een of andere organisatie, je voelt je er kiplekker. En plots, niet alleen onverwacht maar naar je overtuiging ook onterecht, daar krijg je een koude douche over je lijf. Zo ijskoud is die douche dat ze je noodzaakt een einde te maken aan het verhaal dat je aan het schrijven bent. Niet dat er geen leven meer is na die shock, dat niet, maar toch wel zo dat het je bijzonder zwaar uitvalt een nieuwe start uit te zoeken en het roer weer op te nemen. De vraag die zich hierbij opdringt: Eens dat het tijd tot bezinken heeft gehad, hoe kijkt ‘het slachtoffer’ naar wat hem destijds overkomen is? Ligt het gebeuren hem zo zwaar op de maag dat het hem niet eens mogelijk is waardering uit te spreken voor wie en voor wat hij destijds heeft mogen meemaken?  “The time is a great healer,” beweren de Engelsen, en Björn Sengier bewijst dat het waar is.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
SHOT sprak met … Karel Derdaele

 

Ticketing verantwoordelijke

Als je het Cercle-secretariaat binnenstapt valt het meteen op.  De “bemanning” - sinds Silke recent haar geluk elders is gaan zoeken is dit letterlijk te nemen  - , is vrij jong.  Een beetje zoals de spelerskern zelf, zeg maar. Eén van die personen waar de supporter wellicht het vaakst oog in oog mee komt te staan is Karel Derdaele. Karel is immers de verantwoordelijke voor de ticketverkoop, abonnementenverkoop, enz…
Met o.a. het oog op de eerstdaags startende abonnementenverkoop, tijd voor een kennismaking.

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Cercle en Brugge door de jaren heen (deel 208)

Cercle en Brugge door de jaren heen… (deel 208)
(periode van 27-08-1960 -> 03-09-1960)

  • Cercle

In de vorige bijdrage kondigden we de oefenwedstrijd van de groen-zwarten tegen Beerschot AC aan.  De Cerclejongens wisten dat het sowieso een zware dobber zou worden maar hadden toch op een meer dan eervol resultaat gehoopt…

Cercle Brugge – Beerschot A.C. 0-5 – Eerste goede prestatie niet bevestigd !” : “De talrijke Brugse voetballiefhebbers die zaterdagavond op het Edgard De Smedtstadion waren om Cercle voor het eerst dit seizoen aan het werk te zien tegen Beerschot, zijn als één man ten zeerste ontgoocheld huiswaarts gekeerd.  Niet dat deze oefenwedstrijd op zichzelf zo minderwaardig was, maar hetgeen de groen-zwarten ten beste (?) gaven was zo onnoemelijk zwak en peuterig, dat zelfs de grootste optimisten er hun vertrouwen bij inschoten.  De uitslagen en prestaties der twee vorige oefenmatchen hadden immers de Cercle-aanhangers een hart onder de riem gestoken en de hoop doen heropleven dat het dit jaar eindelijk naar wens zou gaan. Deze illuzie was echter van heel korte duur, want men heeft kunnen vaststellen dat er nog niets veranderd noch verbeterd is bij vorig seizoen.  Natuurlijk is het nog maar een begin en bleek Beerschot andermaal een te sterke tegenstrever, maar toch is het van nu al reeds duidelijk dat de vooruitzichten allesbehalve rooskleurig zijn indien het roer niet kordaat gewend wordt.”


Technische krabbels…

-opkomst: +/- 2.500 toeschouwers.
terrein: uitstekend.
leiding: ref. Debleeckere, bevredigend.
fair-play: niets aan te merken.
doelpunten: 12’ Van Acker 0-1, 29’ Weyn 0-2, 30’ Drieskens 0-3, 65’ Drieskens (penalty)
  0-4, 69’ Van Acker 0-5.
Cercle: Mortier, Roje (Gaal), Serru, Perot, Wittewrongel, Demey, W. Lambert
  (Notteboom), Buyse, Bailliu, Michiels, Locskai (Desmaele).
Beerschot A.C.: Smolders, Wouters, Schroyens, Vanhemelryck, Raskin, Huysmans, Van
  Hoetayen (Zaman), Van Acker, Weyn, Drieskens, De Borger.
 

Het was overduidelijk dat de groen-zwarten nog flink wat schaafwerk voor de boeg hadden om een ploeg klaar te stomen die een gooi kon doen naar de promotie in Tweede Klasse.  Gezien men steevast beweert dat oefening kunst baart, besloot Cercle om, vooraleer de officiële competitie van start ging, nog een zware oefenwedstrijd in te lassen. Tegenstander van dienst was niemand minder dan Lierse, de kersvers kampioen Eerste Klasse :

Morgen zondag te 16 uur : Cercle – Liersche” : “Morgen zondag komt Cercle te 16 uur op eigen veld uit tegen niemand minder dan de kampioen van 1eklasse Liersche SK.  Voor de groen-zwarten betekent dit andermaal een zware opgave en zij zullen beslist veel beter moeten spelen dan tegen Beerschot, willen ze een eervol resultaat bewerken.  Cercle zal het echter op prijs stellen zich in de ogen van haar aanhangers enigszins te rehabiliteren zodat we ons ditmaal aan een meer overtuigende prestatie verwachten en een spannender en aantrekkelijker vertoon.”

Deze aankondiging maakte het de groen-zwarten alvast meer dan duidelijk, als zij er zelf nog zouden aan getwijfeld hebben, dat al wie Cercle een warm hart toedroeg uit was op een knalprestatie tegen Lierse na de wanprestatie tegen Beerschot…

Cercle Brugge – Liersche S.K. 1-1 – Gunstige kentering bij de groen-zwarten” : “De wedstrijden volgen elkaar, maar gelijken niet steeds op elkaar is een voetbalwaarheid die treffend geïllustreerd werd door de laatste oefenmatchen van Cercle, resp. tegen Beerschot en Liersche. De week tevoren kwamen de Brugse groen-zwarten omzeggens aan geen bal tegen de Sinjoren en werden dan ook na een zeer teleurstellend presteren zwaar verslagen.  Alle omstandigheden in acht genomen maar terecht, spaarden we achteraf onze scherpe kritiek niet en wezen in alle oprechtheid op de talrijke fouten en tekortkomingen die hierbij klaar aan het licht waren gekomen.
Het moet zijn dat de Cerclespelers zelf volkomen bewust waren van hun ontgoochelend en minderwaardig akteren tegen Beerschot, want tegen de landskampioenen uit Lier hebben ze zich verleden zondag niet alleen overtroffen maar tevens een heel wat betere en gavere prestatie ten beste gegeven.  Zeker, alles was bijlange nog niet perfekt en alles liep nog niet helemaal gesmeerd –met als bijzonderste nog te verbeteren punten het tekort aan uitvoersnelheid en diepte– doch er was globaal een verheugende gunstige kentering waar te nemen, die de toekomst reeds heel wat minder duister doet uitzien.  Als men ten minste verder in dezelfde zin bevestigd.
Hier ook moeten we immers in acht nemen dat het een loutere oefenpartij betrof, die weinig vaste maatstaven biedt betreffende de konditie en het rendement van de in lijn komende spelers en ploegen. De verbetering bij Cercle was echter zo opvallend dat we zulks in alle objektiviteit dubbel en dik willen onderlijnen. Zonder dat Liersche reeds “de” ploeg was die kampioenenspel demonstreerde en wel nog terdege in rodage bleek, was de repliek van de lokalen echter van die aard, dat zij ruim gelijke tred hielden met de kampioenen en voluit het besluitend 1-1 gelijkspel verdienden.” 


Technische krabbels…

-opkomst: 2.000 toeschouwers.
terrein: uitstekend.
fair-play: vriendensfeer.
leiding: ref. Casteleyn, goed.
doelpunten: 60’ Bailliu 1-0, 60’ Vermeyen 1-1.
corners: Cercle 7, Liersche 4.
Cercle: Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse (De Caluwé), Bailliu,
  Michiels, J. Gerard.
Liersche: M. Baeten, Bogaerts, Thys, A. Baeten, Willems, Van Dessel, Valckenborgh,
  Goossens, Vermeyen, Martens, Van Roosbroeck.

  Stippen we aan dat Liersche deze week met dezelfde opstelling Espagnol Barcelona versloeg
  met 2-1.
 

De tijd van de oefenwedstrijden lag, na het gelijkspel tegen Lierse, achter de rug. Het werd nu hoog tijd voor het serieuze competitiewerk.  De groen-zwarten wilden, na al die jaren van geduld oefenen, eindelijk de beoogde promotie in de wacht slepen maar natuurlijk waren wel meer ploegen op het waardevol promotieticket belust.

“Het Brugsch Handelsblad” wierp alvast een blik op Cercle’s eerste competitiematch van het seizoen 1960-1961, een zeker niet te onderschatten verplaatsing naar F.C. Diest : “Morgen zondag gaat de bal weer officieel aan het rollen : Diest – Cercle” : “De groen-zwarten wacht morgen zondag reeds een kwade verplaatsing naar FC Diest, die met de Bruggelingen nog een eitje te pellen heeft.  Cercle haalde er verleden seizoen immers heel gevleid de beide punten zodat Van Camp en Cie op weerwraak belust zijn.  De Bruggelingen weten dus van meet af waar ze aan toe zijn en zullen dubbel uit hun ogen moeten kijken willen ze niet verrast worden.  Tegen Lierse lieten ze verleden zondag een niet onaardige indruk maar toch zal er nog meer “poer” moeten inzitten om de volle buit binnen te halen. We menen dan ook dat een draw reeds een ruim bevredigend begin zou zijn voor de groen-zwarten.
Moeten we het hier nogmaals betreuren dat de vaste ploegopstelling slechts de vrijdagavond bekend wordt gemaakt en wij deze zodoende niet kunnen mededelen, dan geven we hierna toch de officieuze formatie zoals zij wellicht te Diest in lijn zal komen : Mortier, Roje, Serru, Perot, Baas, Demey, Locskai, Buyse, Bailliu, Michiels, Jo Gerard.”

  • Brugge

* Stakingen, personeelsingrepen, sociale onrust,… het is van alle tijden.  Het hoeft trouwens niet altijd op al dan niet georganiseerd verzet te stuiten, zeker niet als het personeel met de genomen maatregel(s) akkoord gaat en er de voordelen van kan inzien.  Ook het personeel van de Brugse stadsschouwburg kon er in 1960 over meepraten :

Nieuw statuut voor personeel van stadsschouwburg” : “Het personeel van de Brugse stadsschouwburg werd kort geleden kollektief ontslagen, doch daarna opnieuw aangeworven.  De bedoeling van deze op het eerste gezicht zonderlinge maatregel is, het personeel door een nieuw kontrakt te binden, waarin meer rekening gehouden wordt met de sociale vooruitgang.  Er is dus geen sprake van eigenlijk ontslag, zoals sommige geruchten voorwendden.” 

Lees meer
Cerle Brugge KSV
Praatje met een speler - Yoann Etienne

Praatje met een speler - Yoan Etienne


 ‘Eerste profervaring bij Cercle Brugge’


Op de dag dat de nieuwe hoofdsponsor werd voorgesteld had ik een afspraak met Yoann Etienne op Cercle Brugge.  Voor de gelegenheid ging het interview door in de loges.  Terwijl de journalisten en medewerkers genoten van een lekkere hutsepot met worst interviewde ik onze jonge linkerflankverdediger.  In België zet hij op Cercle zijn eerste stappen op het hoogste niveau.

Yoann, kun je even voor onze lezers je professionele carrière tot op heden schetsen?  
 

Lees meer

Ontvang al het Cercle Brugge nieuws per mail!